De druk op de Nederlandse asielopvang loopt opnieuw snel op. Nu het aanmeldcentrum in Ter Apel de maximale capaciteit ruim heeft overschreden, luidt minister Bart van den Brink (Asiel en Migratie) de noodklok. Hij is diep teleurgesteld in de trage medewerking van gemeenten. Tegelijkertijd klinkt er vanuit de provincie Groningen scherpe kritiek op het uitblijven van landelijke crisismaatregelen en spreekt men van de gevolgen van jarenlang falend beleid.
De situatie in het Groningse Ter Apel is inmiddels kritiek. Hoewel er strikte afspraken liggen dat er maximaal 2000 mensen in het centrum mogen verblijven, is dat aantal opgelopen tot boven de 2300. Om de veiligheid binnen de muren te kunnen waarborgen, heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) besloten alleen nog de meest kwetsbare groepen, zoals vrouwen en kinderen, toe te laten.
Alleenstaande mannen worden vooralsnog geweigerd bij de poort, waardoor het scenario dat asielzoekers buiten op het terrein moeten overnachten opnieuw werkelijkheid dreigt te worden.
Teleurstelling over solidariteit van gemeenten
Minister Van den Brink noemt de huidige stand van zaken "echt teleurstellend". Twee maanden geleden deed hij al een dringend beroep op gemeenten om solidair te zijn en mee te werken aan de spreidingswet om asielzoekers eerlijk over het land te verdelen. Die oproep heeft volgens hem echter onvoldoende opgeleverd.
"Op de korte termijn komen we een paar honderd plekken tekort, en op de lange termijn een paar duizend," aldus de minister. Hij benadrukt dat alle opties — waaronder leegstaande panden, militaire kazernes en sporthallen — momenteel worden onderzocht.
Om de opvangcentra versneld te ontlasten, vraagt Van den Brink gemeenten tevens om haast te maken met de huisvesting van statushouders. Op dit moment verblijven er landelijk zo'n 19.000 mensen in asielzoekerscentra die al een verblijfsvergunning hebben, maar door de krappe woningmarkt niet kunnen doorstromen.
Het realiseren van nieuwe opvanglocaties ligt politiek en maatschappelijk echter gevoelig. Recente plannen in onder meer IJsselstein en Loosdrecht leidden tot felle lokale protesten die uit de hand liepen, wat eerder deze week al leidde tot spoedoverleg tussen het kabinet en de gemeenten.
Kritiek uit Groningen: 'Dit is een opvangcrisis'
Vanuit de provincie Groningen, waar de directe gevolgen van de opstopping zichtbaar zijn, klinkt stevige onvrede. Commissaris van de Koning René Paas (CDA) wijst de kritiek van de minister op de gemeenten deels van de hand en spreekt van een "opvangcrisis" die het directe gevolg is van jarenlang falend nationaal beleid. Volgens Paas mag het niemand verrassen dat Ter Apel opnieuw vastloopt.
Samen met de andere commissarissen van de Koning heeft Paas er bij het Rijk op aangedrongen om de asielopvang officieel uit te roepen tot een crisissituatie. Minister Van den Brink weigert dit tot dusver echter te doen. "We vragen het tevergeefs", stelt Paas vast. "Niemand zou onvrijwillig in het gras moeten slapen. Dat is inhumaan en onaanvaardbaar."
Provincie houdt hand uitgestoken
Hoewel Paas benadrukt dat de druk en de verantwoordelijkheid in de eerste plaats bij het Rijk en de overige Nederlandse gemeenten moeten blijven liggen, sluit de provincie Groningen extra noodhulp op eigen initiatief niet uit.
CDA-fractievoorzitter in Groningen, Robert de Wit, riep op om niet aan de zijlijn te blijven staan als de landelijke politiek faalt: "We moeten ervoor zorgen dat mensen binnen onze provinciegrenzen niet buiten hoeven te slapen." Mocht de getroffen gemeente Westerwolde om hulp vragen, dan zal de provincie Groningen volgens Paas klaarstaan om bij te springen.












