Brusselse stangpoppentraditie en Theater Toone erkend als Unesco-werelderfgoed

De traditie van de stangpop onderscheidt zich door de techniek: een metalen stang loopt door het hoofd van de pop en vormt haken aan de uiteinden, waarmee de ledematen worden aangestuurd.

By
Eind 19de eeuw telde Brussel nog minstens 45 poppentheaters, maar vandaag blijft enkel Theater Toone over. / Belga

De traditie van de Brusselse stangpoppen, die vandaag de dag in leven wordt gehouden door het Koninklijk Theater Toone, is officieel toegevoegd aan de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid van Unesco. De beslissing viel dinsdag tijdens de 20ste zitting van het Intergouvernementeel Comité in New Delhi.

De erkenning is de kers op de taart voor een dossier dat vier jaar geleden werd opgestart door Urban.brussels. Uit tientallen wereldwijde inzendingen, waaronder de Italiaanse keuken, werd de Brusselse volkstraditie geselecteerd vanwege haar unieke karakter en de manier waarop ze de Brusselse identiteit, meertaligheid en inclusiviteit weerspiegelt.

Erkenning van de Brusselse ziel

Brussels staatssecretaris voor Erfgoed Ans Persoons (Vooruit) noemt het de "ultieme bekroning" voor het laatste traditionele poppentheater in de hoofdstad. Ook burgemeester Philippe Close (PS) reageert verheugd: "Dit is de erkenning van een stukje Brusselse ziel. Sinds 1830 houdt deze unieke plek onze geschiedenis levend. Het is een emotioneel moment voor het team dat deze traditie durft voort te zetten in een tijdperk waarin dat niet evident is."

Uniek vakmanschap en ‘zwanze’

De traditie van de stangpop onderscheidt zich door de techniek: een metalen stang loopt door het hoofd van de pop en vormt haken aan de uiteinden, waarmee de ledematen worden aangestuurd. In Theater Toone, gelegen in het hart van het Îlot Sacré, worden de poppen bediend door een team van zes poppenspelers, verscholen achter een verhoogd decor. Uniek is de rol van de spelleider, die live alle stemmen van de personages inspreekt.

Het repertoire bestaat uit klassiekers, opera’s en volksverhalen, maar dan overgoten met een typisch Brussels sausje van sociale satire, zelfspot en de bekende ‘zwanze’-humor.

Van volkseducatie tot verzetsdaad

De wortels van het stangpoppenspel gaan terug tot de 16de en 17de eeuw, toen rondreizende gezelschappen de traditie vanuit Italië en Midden-Europa naar België brachten. Het theater fungeerde destijds als educatiemiddel: het stelde ongeletterde volwassenen in staat om toneelstukken en literatuur te ervaren die anders onbereikbaar waren.

Volgens de overlevering kent de traditie ook een politieke oorsprong. Toen de Spaanse heerser Filips II in de 17de eeuw theaters sloot uit angst voor oproer, trokken Brusselaars zich terug in kelders en op zolders. Daar vervingen ze acteurs door poppen om zo, veilig voor censuur, hun vrije mening te blijven uiten en de autoriteit te bespotten.

De dynastie van Toone

Eind 19de eeuw telde Brussel nog minstens 45 poppentheaters, maar vandaag blijft enkel Theater Toone over. Het theater werd in 1830 gesticht door Antoine Genty (Toone I) en kent sindsdien een dynastie van ‘Toones’, waarbij elke opvolger door het publiek en zijn voorganger wordt gekozen.

De huidige locatie en het voortbestaan van het theater zijn grotendeels te danken aan José Géal (Toone VII). In de jaren 60 redde hij het theater van de ondergang toen de toenmalige uitbater stopte. Géal, inmiddels 94, ziet de Unesco-erkenning als een prachtig eerbetoon: "Het is tof om mijn zoon bezig te zien, die onze nalatenschap voortzet."

Zijn zoon, de huidige directeur Nicolas Géal (Toone VIII), hoopt dat de titel de toekomst van het theater veiligstelt. "We zijn de laatste vertegenwoordigers van deze traditie. Dit erfgoed is kwetsbaar, maar deze erkenning geeft ons de moed en hoop om dit typisch Brusselse theater door te geven aan de volgende generatie."