WERELD
4 min lezen
Twaalf landen treffen handelsmaatregelen om illegale nederzettingen en kolonistengeweld
Vanwege de omstreden bouw van het E1-project ten oosten van Jeruzalem sluiten nog eens elf landen zich aan bij een handelsverbod. Het internationale verzet tegen de Israëlische expansie op de Westelijke Jordaanoever zwelt daarmee verder aan.
Twaalf landen treffen handelsmaatregelen om illegale nederzettingen en kolonistengeweld
ARCHIEFFOTO - De Israëlische minister van Financiën, Bezalel Smotrich, houdt een kaart vast van het E1-project in de bezette Westelijke Jordaanoever

Twaalf westerse landen, waaronder Canada, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, hebben in een gezamenlijke verklaring aangekondigd dat zij nationale beperkingen willen opleggen aan de handel in goederen uit Israëlische nederzettingen die illegaal zijn volgens het internationaal recht, of dat zij zulke maatregelen actief overwegen.

Naast deze drie landen verklaren ook Denemarken, Finland, IJsland, Ierland, Noorwegen, Polen, Portugal, Spanje en Zweden dat zij willen protesteren tegen het geweld door kolonisten en de verdere uitbreiding van nederzettingen. De landen benadrukken vastberaden te zijn om de twee-statenoplossing te beschermen en te streven naar een rechtvaardige en duurzame vrede.

Nationale handelsverboden en internationale initiatieven

In de gezamenlijke verklaring wordt de Israëlische regering opgeroepen om de uitbreiding van nederzettingen onmiddellijk te stoppen, verantwoording te eisen voor het geweld door kolonisten en beschuldigingen aan het adres van het Israëlische leger te onderzoeken.

Canada, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk verwelkomen daarbij de stappen die eerder al zijn genomen door Ierland, Spanje, Nederland, Noorwegen en België, en zijn van plan om zelf nationale maatregelen in te voeren ter verbieding van de handel in goederen uit nederzettingen.

De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Ed Miliband, maakte in het Britse Lagerhuis bekend dat het Verenigd Koninkrijk een importverbod instelt op goederen uit illegale nederzettingen. Volgens Miliband maakt dit onderdeel uit van een bredere heroriëntatie van de Britse betrekkingen met Israël om de twee-statenoplossing in leven te houden. Hij stelde dat er op de Westelijke Jordaanoever sprake is van etnische zuivering door terroristische kolonisten en dat de Israëlische regering hier te vaak haar ogen voor sluit.

De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Jean-Noël Barrot, gaf via X aan dat de Franse president Emmanuel Macron, de Britse premier Andy Burnham en de Canadese premier Mark Carney het eens zijn over de noodzaak van ingrijpen om verdere verslechtering te voorkomen.

Frankrijk stopt de handel met nederzettingen omdat de Westelijke Jordaanoever op ontploffen staat. Barrot benadrukte dat dit geen algemene boycot van Israël betreft. Parijs pleitte eerder voor een Europees importverbod, maar besloot door het ontbreken van consensus binnen de Europese Unie — de belangrijkste handelspartner van Israël — over te gaan op nationale maatregelen.

Internationale bijval uit België, Egypte en Jordanië

De Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prevot, noemde de plannen van de westerse landen een belangrijke stap en stelde dat de internationale gemeenschap concreet moet reageren wanneer het internationaal recht wordt geschonden.

Hij verwees naar een gezamenlijke verklaring die België op 20 augustus mede ondertekende en riep Israël op de uitbreidingspolitiek te staken. België bereikte voor de zomer al een akkoord over een importverbod, al bestempelden mensenrechtenorganisaties dit als een "lege doos" door een gebrek aan controlemechanismen en aanvullende verboden.

Ook Egypte en Jordanië reageerden positief op de maatregelen. Het Egyptische ministerie van Buitenlandse Zaken benadrukte dat het Britse verbod op de handel in goederen en bepaalde diensten verband houdend met illegale nederzettingen bijdraagt aan het tegengaan van de illegale nederzettingenpolitiek.

Egypte riep andere landen op dit voorbeeld te volgen en herhaalde dat vrede vereist dat de bezetting eindigt en een onafhankelijke Palestijnse staat wordt gesticht op de grenzen van 4 juni 1967, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad.

De Jordaanse minister van Buitenlandse Zaken, Ayman Safadi, bedankte de Britse regering en de overige betrokken landen. Safadi benadrukte dat illegale nederzettingen, geweld door bezetters, landconfiscatie en economische beperkingen geen veiligheid zullen brengen.

Hij waarschuwde daarnaast voor schendingen van de historische en juridische status quo bij de islamitische en christelijke heilige plaatsen in Jeruzalem en riep op tot reële consequenties voor het beleid van de Israëlische regering.

Escalatie en de situatie op de Westelijke Jordaanoever

De aankondigingen komen tegen de achtergrond van escalerend geweld en uitbreidingen in het bezette gebied. Volgens VN-gegevens bereikte het geweld door Israëlische bezetters in 2026 een ongekend niveau, met meer dan 1400 gedocumenteerde aanvallen die leidden tot slachtoffers of schade. Ongeveer 750.000 Israëlische bezetters wonen in illegale nederzettingen en buitenposten op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem.

Sinds het aantreden van de regering-Netanyahu eind 2022 zijn er volgens Palestijnse cijfers 104 nieuwe illegale nederzettingen goedgekeurd en 160 agrarische buitenposten opgericht. In de eerste helft van 2026 voerden bezetters volgens de Palestijnse Colonization and Wall Resistance Commission 3488 aanvallen uit, waarbij 17 Palestijnen omkwamen en 26 gemeenschappen geheel of gedeeltelijk werden verdreven.

Tevens wees een Israëlische rechter een beroep af tegen een grootschalig nederzettingenproject ten oosten van Jeruzalem, een project dat volgens ngo's en Europese landen een twee-statenoplossing de facto onmogelijk maakt.