De hoofdstedelijke regio wordt geconfronteerd met de meest pessimistische prognose. Verwacht wordt dat de schuldniveaus tegen 2031 onbeheersbare hoogten zullen bereiken.
Uit cijfers blijkt dat de schuld van Brussel zal stijgen van 250 procent van het gecorrigeerde beschikbare inkomen in 2025 tot 328 procent in 2031. Dit patroon houdt aan, zelfs ondanks inspanningen om de tekorten terug te dringen en een periode van uitgavenbeperking tijdens de vorming van een nieuwe regering.
Het FPB brengt deze instabiliteit in verband met de hoge investeringsuitgaven sinds 2018 en de aanhoudende financiële gevolgen van de pandemie. Het Planbureau waarschuwt dat de regio nauwelijks nog mogelijkheden zal hebben om haar belastingen of uitgaven aan te passen zodra de schuld tot zulke kritieke niveaus is gestegen.
Beperkte mogelijkheden voor Franstalige Gemeenschap
De Franstalige Gemeenschap bevindt zich in een kwetsbare situatie: haar schuldquote zal naar verwachting stijgen van 117 procent in 2025 tot 158 procent in 2031.
Aangezien deze entiteit niet zelfstandig belastinginkomsten kan genereren en volledig afhankelijk is van begrotingstoewijzingen, is haar vermogen om deze tekorten aan te pakken sterk beperkt. Dit heeft de politieke discussie over de doeltreffendheid van het bestaande bestuurs- en financieringskader opnieuw aangewakkerd.
Vlaanderen behoudt stabiliteit
Vlaanderen daarentegen blijft in een aanzienlijk betere financiële positie verkeren. Ondanks de stijging van de schuld als gevolg van de energiecrisis en de pandemie, wordt verwacht dat de situatie zich vanaf 2027 zal stabiliseren, dankzij lagere begrotingstekorten.
Tegen 2031 zal de schuld van Vlaanderen naar verwachting 118 procent van de inkomsten bedragen, een niveau dat volgens het FPB een „laag risico“ op instabiliteit inhoudt.























