Het openbaar vervoer in Amsterdam behoort tot het duurste van alle Europese hoofdsteden. Dat concludeert milieugorganisatie Greenpeace na een vergelijkend onderzoek in dertig Europese landen: de 27 EU-lidstaten, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en Noorwegen.
Alleen in Londen is een maandabonnement duurder. Londen voert de Europese ranglijst aan met een gemiddelde prijs van € 162 per maand, direct gevolgd door Amsterdam (€ 107 per maand) en Parijs (€ 77 per maand).
Naast de hoge absolute kosten zijn de tarieven in Amsterdam de afgelopen jaren ook extreem snel gestegen. Sinds het vorige Greenpeace-onderzoek in 2023 zijn langlopende abonnementen in de Nederlandse hoofdstad 55 procent duurder geworden.
Enkel Nicosia, de hoofdstad van Cyprus, liet met een stijging van 67 procent een nog sterkere toename zien. Ook in steden als Madrid (+50%), Bratislava (+32%), Berlijn (+29%) en Wenen (+26%) schoten de prijzen omhoog, terwijl Kopenhagen, Boekarest, Vilnius, Brussel en Londen stijgingen van minstens 10 procent optekenden. In totaal zagen 14 Europese hoofdsteden hun tarieven de afgelopen drie jaar stijgen.
Greenpeace vergelijkt kosten van ov-abonnementen
Het onderzoek van Greenpeace richt zich specifiek op de prijs, beschikbaarheid en dekking van maand- en jaarabonnementen. Volgens de organisatie zijn de kosten van dergelijke langlopende pasjes de doorslaggevende factor wanneer mensen de overweging maken om de auto in te ruilen voor het openbaar vervoer.
Naast de prijs keek het onderzoek naar het regionale bereik van de kaarten, de inbegrepen vervoerstypen, tariefreducties voor kwetsbare groepen (inclusiviteit) en de btw-tarieven op tickets.
Greenpeace roept nationale en lokale overheden op om betaalbare 'klimaattickets' in te voeren. Een dergelijk universeel ov-ticket moet reizigers financieel tegemoetkomen, de CO2-uitstoot van weg- en luchtverkeer terugdringen en de Europese afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verkleinen.
Grote verschillen in belasting, prijsdalingen en best scorende steden
Een belangrijke factor die de ticketprijzen binnen de EU hoog houdt, is de btw. Deze ligt op openbaar vervoer gemiddeld op 11 procent, en zeven landen hebben dit tarief sinds 2023 nog verder verhoogd.
Toch stegen de prijzen niet overal: in twaalf hoofdsteden bleven de tarieven gelijk en in vier steden werd het openbaar vervoer juist goedkoper. Dublin liet de sterkste prijsdaling zien (-42,5%), gevolgd door Oslo (-11,5%), Bern (-6,6%) en Boedapest (-5,8%).
Sinds 2023 hebben Spanje en Slovenië een vorm van een landelijk ov-ticket ingevoerd. Desondanks bieden momenteel slechts 8 van de 30 onderzochte landen gratis openbaar vervoer of betaalbare landelijke abonnementen aan.
Luxemburg, Malta en Slovenië presteren in deze categorie het beste. Finland, Griekenland en Noorwegen scoren het slechtst op de beschikbaarheid en betaalbaarheid van landelijke tickets, mede door bovengemiddelde btw-tarieven.
Wanneer wordt gekeken naar de algehele combinatie van beschikbaarheid, betaalbaarheid en inclusiviteit van langlopende abonnementen, voeren Tallinn, Luxemburg-Stad en Valletta samen de Europese ranglijst aan op een gedeelde eerste plaats. Zij worden gevolgd door Praag (4), Rome (5), Athene (6), Sofia (7) en Wenen op de achtste plaats.























