In de Colombiaanse havenstad Santa Marta is deze week een bijzondere klimaattop ten einde gekomen. Terwijl de officiële VN-klimaattoppen (COP) al dertig jaar worstelen met de invloed van olieproducerende landen, kwamen bijna zestig landen bijeen om buiten de gebaande paden te treden. Het doel: concrete plannen smeden voor het definitief uitfaseren van olie, kolen en gas.
De conferentie, mede georganiseerd door Colombia en Nederland, wordt door deelnemers en activisten bestempeld als een "historische doorbraak". Hoewel er geen bindend mondiaal verdrag uit de bus kwam, markeert de top het ontstaan van een actieve 'coalition of the willing'.
Deze groep landen wil niet langer wachten op wereldwijde consensus, die tijdens VN-onderhandelingen vaak wordt geblokkeerd door grootverbruikers en petrostaten.
Energieonafhankelijkheid als nieuwe drijfveer
De urgentie van de top werd versterkt door de huidige geopolitieke situatie. Door de aanhoudende oorlog in het Midden-Oosten staan de brandstofprijzen wereldwijd onder druk. Volgens EU-klimaatgezant Wopke Hoekstra kost de oorlog Europa dagelijks een half miljard euro aan extra energiekosten.
"De conclusie is onvermijdelijk," stelde de Nederlandse minister van Klimaat en Groene Groei, Stientje van Veldhoven. "We moeten afstappen van fossiele brandstoffen. Niet alleen voor het klimaat, maar ook om onze energie-onafhankelijkheid en veiligheid te versterken." Waar de transitie voorheen vooral een ecologische noodzaak was, is het nu een economische en strategische prioriteit geworden.
Routekaarten en wetenschappelijk panel
Een van de belangrijkste concrete resultaten is de afspraak dat landen nationale 'routekaarten' gaan opstellen. Frankrijk presenteerde als eerste industrieland een gedetailleerd plan om kolen in 2030, olie in 2045 en gas in 2050 uit te faseren. Ook gastland Colombia presenteerde een eigen ontwerp-routekaart.
Daarnaast wordt er een wetenschappelijk panel opgericht dat alle kennis over het afbouwen van fossiele brandstoffen gaat bundelen. Dit panel moet een vergelijkbare rol gaan spelen als het IPCC, maar dan specifiek gericht op de technische en economische uitdagingen van de transitie.
Spanningen en de 'spagaat' van producenten
Ondanks de positieve sfeer waren er duidelijke spanningen voelbaar. Buiten de conferentie protesteerden Colombiaanse mijnwerkers tegen president Gustavo Petro, die nieuwe exploraties naar olie en gas heeft verboden.
Petro waarschuwde tijdens de top dat het Amazoneregenwoud een "point of no return" nadert en stelde openlijk de vraag of het huidige economische model wel kan overleven zonder fossiele brandstoffen.
Ook voor landen als Canada was de bijeenkomst complex. Hoewel Canada deelnam aan de gesprekken, blijft het land een van de grootste olie- en gasproducenten ter wereld. Critici wezen op de spagaat tussen de internationale klimaatambities en de binnenlandse economische belangen, zeker nu hoge olieprijzen de staatskas spekken.
Blik op de toekomst: Tuvalu
Hoewel grootmachten als China, de VS en Saoedi-Arabië schitterden door afwezigheid, vertegenwoordigen de aanwezige landen nog altijd een vijfde van de wereldwijde fossiele productie en meer dan de helft van het wereldwijde BBP.
De top in Santa Marta wordt gezien als een belangrijk vliegwiel voor de officiële VN-klimaattop (COP31) later dit jaar. De volgende bijeenkomst van deze 'fossielvrije coalitie' zal begin volgend jaar plaatsvinden op Tuvalu. Voor deze eilandengroep in de Grote Oceaan is de transitie bittere ernst: door de stijgende zeespiegel dreigt de natie nog deze eeuw letterlijk van de kaart te verdwijnen.
















