Terugkeer van asielzoekers in Europa strenger
Het voorgestelde plan voor de oprichting van terugkeercentra buiten Europa nadert zijn voltooiing, nadat de asielministers het dinsdag hebben goedgekeurd.
Binnen Europese landen wordt gemiddeld een vijfde van de asielzoekers afgewezen. Dit aantal ligt lager in Nederland en België; België stuurt ongeveer 11 procent van de asielzoekers naar eigen land.
De Europese ministers van Asiel beweren dat dit aantal te laag is en na een informele bijeenkomst zijn ze tot een akkoord gekomen dat er meer "dwang en druk" moet worden uitgeoefend om migranten terug te sturen.
In zekere zin is dit een overeenstemming met het eerdere voorstel van de Europese Commissie. Duitsland en Nederland zijn op dit moment op zoek naar landen waar ze een terugkeercentrum kunnen opzetten, terwijl de Belgische minister van Asiel en Migratie, Anneleen van Bossuyt, haar steun heeft uitgesproken voor een vergelijkbare aanpak.
"Als we echt de controle over migratie willen terugkrijgen, moeten we durven innoveren en buiten de gebaande paden durven denken." Van Bossuyt noemt terugkeer "een essentieel onderdeel van een geloofwaardig Europees migratiebeleid".
Volgens haar is het tijd om "alle beschikbare middelen" te gebruiken om "derde landen aan te moedigen verantwoordelijkheid te nemen en mee te werken aan terugkeer".
“Schandelijke 180-graden draai”
De nieuwe voorgestelde overeenkomst stopt daar niet. Naast het sturen van asielzoekers naar derdewereldlanden, zal er ook een vergoeding worden gevraagd voor de reis. Indien afgewezen asielzoekers deze financiële middelen niet kunnen verstrekken, kunnen hun documenten worden afgenomen.
Mensenrechtenorganisatie Amnesty International noemde het terugkeervoorstel eerder een "schandelijke 180-graden draai".
Het voorzitterschap van de Europese Raad heeft inmiddels besloten het budget voor grensbewaking en de herplaatsing van asielzoekers te verdrievoudigen tot maar liefst € 81 miljard. Deze verhoging volgt op de uitspraak van de Oostenrijker Magnus Brunner, commissaris voor Migratie, dat "er geen tijd te verliezen is".
De commissie moet dit voorstel nog in stemming brengen.