WERELD
4 min lezen
SCP-onderzoek: Grote verschillen in hoe Nederlanders achterstelling en voordeel ervaren
Onderzoek van het SCP en de UU legt scherpe maatschappelijke scheidslijnen bloot. Vooral bij wonen en politiek groeit de verontwaardiging over ongelijkheid, waarbij opleidingsniveau en herkomst bepalen hoe men naar de overheid kijkt.
SCP-onderzoek: Grote verschillen in hoe Nederlanders achterstelling en voordeel ervaren
ARCHIEFFOTO - Een aanzienlijke minderheid ervaart wél benadeling ten opzichte van andere groepen.

De meeste Nederlanders hebben niet het gevoel dat zij slechter worden behandeld dan anderen, maar onder specifieke groepen leven wel sterke gevoelens van maatschappelijke achterstelling.

Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Universiteit Utrecht (UU) blijkt dat op de meeste maatschappelijke terreinen een ruime meerderheid van 40 tot 60 procent een middenpositie inneemt: zij voelen zich noch achtergesteld, noch in het voordeel.

Desondanks ervaart een aanzienlijke minderheid wél benadeling ten opzichte van andere groepen. Dit gevoel is het sterkst aanwezig op het terrein van wonen, waar 30 procent van de bevolking achterstelling ervaart, en bij de politieke vertegenwoordiging in Den Haag, waar dit geldt voor 28 procent van de Nederlanders.

Op de domeinen werk en traditionele of culturele uitingen voelt ongeveer 15 procent zich achtergesteld, terwijl dit bij de behandeling door rechters 7 procent bedraagt. Tegelijkertijd ziet 29 procent van de bevolking zichzelf juist in het voordeel bij tradities en werk, 20 procent bij wonen, en circa 14 tot 15 procent bij politiek en rechtspraak.

Het onderzoek integreert kwantitatieve gegevens uit een LISS-enquêtemeting onder 1239 representatief geselecteerde Nederlanders van 18 jaar en ouder met kwalitatieve inzichten uit vier diepgaande focusgroepen met in totaal 31 deelnemers.

Een ruime meerderheid van de mensen die achterstelling ervaart — zoals 86 procent bij het vinden van een woning en 80 procent bij de politiek — beschouwt deze situatie als diep onrechtvaardig.

Diepe kloof tussen mbo- en wo-opgeleiden

Er bestaan uitgesproken verschillen in maatschappelijke belevingswerelden tussen opleidingsniveaus. Universitair opgeleiden (wo) zien mensen zoals zichzelf op vrijwel elk terrein vaker in het voordeel dan andere groepen. Zij beschouwen culturele diversiteit in de regel eerder als een verrijking dan als een bedreiging, hebben vertrouwen in een eerlijke rechtspraak en voelen zich goed vertegenwoordigd door politieke instituties.

Mbo-opgeleiden (tot en met mbo-2) bezien de samenleving daarentegen veel vaker als een strijdtoneel waarin groepen moeten concurreren om schaarse middelen, maatschappelijke erkenning en politieke aandacht.

Op basis van een latente klassenanalyse onderscheiden de onderzoekers vier groepen binnen de bevolking: een groep met breed ervaren achterstelling (24 procent), een neutrale middengroep (35 procent), een groep met sociaaleconomisch voordeel (21 procent) en een groep met breed ervaren voordeel (21 procent).

Mensen met een mbo- of vmbo-opleiding en mensen met een migratieachtergrond zijn sterk oververtegenwoordigd in de groep die breed achterstelling ervaart. Deze ervaren benadeling vertaalt zich ook in kiesgedrag en institutioneel vertrouwen: burgers die zich op het tweede plan voelen staan, stemmen bovengemiddeld vaak op de PVV of Forum voor Democratie of stemmen helemaal niet, terwijl kiezers die voordeel ervaren vaker uitkomen bij D66, GroenLinks-PvdA of VVD.

Gespiegelde beelden rond discriminatie, tradities en de rechtspraak

De ervaringen van achterstelling worden sterk gekleurd door een wisselwerking tussen opleidingsniveau en etnisch-culturele herkomst. Op de woningmarkt delen mbo-opgeleiden met en zonder migratieachtergrond een vergelijkbare verontwaardiging over de voorrang die statushouders in veel gemeenten krijgen bij de toewijzing van corporatiewoningen.

Zij zijn van mening dat de overheid in tijden van schaarste primair de 'eigen mensen' moet helpen, terwijl wo-opgeleiden de wooncrisis eerder duiden als het resultaat van complexe systeem- en beleidskeuzes.

Op de arbeidsmarkt voelen mbo-opgeleiden dat hun praktische kennis en inzet worden ondergewaardeerd ten opzichte van theoretische diploma's. Voor Nederlanders met een migratieachtergrond (zowel mbo als wo) vormt alledaagse discriminatie bij sollicitaties en op de werkvloer de voornaamste bron van miskenning, waarbij zij het gevoel hebben stelselmatig met een achterstand te moeten beginnen.

Rond culturele tradities en de rechtspraak doen zich opmerkelijke gespiegelde patronen voor. Mbo-opgeleiden zonder migratieachtergrond vrezen het verlies van traditionele feesten zoals Sinterklaas en Zwarte Piet en zijn ervan overtuigd dat rechters hen strenger behandelen dan mensen van kleur.

Omgekeerd ervaren mbo- en wo-opgeleiden met een migratieachtergrond dat hun culturele uitingen buiten de grote steden slechts voorwaardelijk worden geaccepteerd en dat zij binnen de rechtshandhaving en rechtspraak juist te maken krijgen met etnische profilering en zwaardere strafmaten.

Verdeling van schaarste en de rol van de politiek

De ervaren achterstelling uit zich krachtig in de verhouding tot de overheid en de nationale politiek. Mbo-opgeleide burgers ervaren een grote sociale afstand tot politici in Den Haag, van wie zij vinden dat die in een andere werkelijkheid leven en het zicht op de dagelijkse leefwereld van hardwerkende Nederlanders zijn kwijtgeraakt.

Wanneer burgers het gevoel hebben dat overheden belastingen en schaarse middelen oneerlijk verdelen ten gunste van andere groepen of nieuwkomers, brokkelt het maatschappelijk vertrouwen in overheidsbeleid af en neemt de polarisatie tussen groepen toe.

De onderzoekers van het SCP en de Universiteit Utrecht benadrukken dat het huidige kabinet voor grote herverdelingsvraagstukken staat door geopolitieke spanningen en vergrijzing. Om te voorkomen dat verdelingsvraagstukken gevoelens van wrok en concurrentie verder aanwakkeren, is het noodzakelijk dat politici expliciet maken welke rechtvaardigheidsprincipes aan hun beleidskeuzes ten grondslag liggen en transparant verantwoorden hoe de lasten over de samenleving worden verdeeld.