De onderzoekers hebben miljoenen teksten – parlementaire debatten (toespraken en interjecties), artikelen uit landelijke kranten en reacties op video's van De Telegraaf, NOS, NOS Jeugdjournaal en NU.nl – uit de jaren 2014 tot 2024 onderzocht op frequentie, emotionele intensiteit en discriminerend materiaal.
De belangrijkste bevinding: opmerkingen van leden van de Tweede Kamer trekken een aanzienlijk publiek op sociale media; wanneer politici zich vaker of in een negatievere toon over groepen uitspreken, ontstaan later vergelijkbare trends in YouTube-reacties.
Kranten weerspiegelen deze trend ook, maar in mindere mate. Het omgekeerde effect – van online opmerkingen naar parlementaire verklaringen – doet zich wel voor, maar is duidelijk minder sterk. De commissie stelt dat dit wederzijdse effect kan leiden tot een neerwaartse trend waarbij discriminerende taal steeds meer geaccepteerd wordt.
Moderatie van platforms
De commissie houdt politici, journalisten, platforms en gebruikers verantwoordelijk. Platforms moeten modereren en zich aan wettelijke normen houden, politici moeten nadenken over de maatschappelijke gevolgen van hun uitspraken en kranten moeten essentiële context bieden.
Commissievoorzitter Joyce Sylvester benadrukt dat het noodzakelijk is om voortdurend bewust te blijven van het belang van respect voor diversiteit en de strijd tegen discriminatie.







