De recente pro-Palestijnse demonstraties op de Dam in Amsterdam hebben geleid tot een felle politieke discussie. Tijdens de protesten, gehouden rond de herdenking van de Hamas-aanslagen in Israël drie jaar geleden, droegen diverse actievoerders Hamas-vlaggen en spandoeken met leuzen als 'We Support Hamas'.
Minister David van Weel van Justitie en Veiligheid noemde deze uitingen "verschrikkelijk" en gaat op korte termijn in gesprek met de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema om het optreden tijdens de betogingen te bespreken.
Politieke ophef en de roep om ingrijpen
Tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer, aangevraagd door de BBB, haalde minister Van Weel hard uit naar de betogers die sympathie betuigden voor Hamas. Hij stelde dat men "naïef, kwaadwillend of gestoord" moet zijn om drie jaar na de gebeurtenissen van 7 oktober 2023 een terroristische organisatie te verheerlijken. Volgens de minister werkten de uitingen en de aanwezigheid van luidruchtige, deels gemaskerde motorrijders zeer intimiderend op de Joodse gemeenschap in Amsterdam.
Van Weel wil van burgemeester Halsema weten waarom er niet strenger is opgetreden. Hij wees er op dat demonstranten gezichtsbedekkende kleding droegen, wat een wettelijke grondslag biedt om een protest vooraf te beperken, te ontbinden of opruiers aan te pakken.
Deze regel werd eerder in Den Haag toegepast bij een extreemrechtse demonstratie op het Malieveld. Hoewel rechtse politici, waaronder Caroline van der Plas (BBB), aandrongen op directe maatregelen of zelfs een schorsing van de burgemeester, wees de minister dat verzoek af.
Juridische grenzen van het demonstratierecht
Burgemeester Halsema, het Openbaar Ministerie (OM) en juridisch deskundigen benadrukken dat het huidige wettelijke kader inhoudelijk ingrijpen onmogelijk maakte. Halsema noemde de uitspraken en spandoeken "shockerend en onsmakelijk", maar het OM oordeelde dat er juridisch geen sprake was van opruiing of het aanzetten tot strafbare feiten.
Volgens hoogleraar staats- en bestuursrecht Jon Schilder en universitair hoofddocent Berend Roorda mag een burgemeester zich niet bemoeien met de inhoud van een betoging; zij kan uitsluitend optreden wanneer er een directe dreiging is voor wanordelijkheden.
Een demonstratie op de Dam werd uiteindelijk wel ontbonden, maar pas toen een groep van circa 75 tot 150 actievoerders afweek van de afgesproken route richting een wijk met Joodse gebouwen, zoals het Joods Museum, het Holocaust Namenmonument en de Portugese Synagoge.
Nadat betogers bij het Waterlooplein door een politiecordon werden tegengehouden en sommigen probeerden door de linie te breken, werd de demonstratie voor het stadhuis beëindigd. Een woordvoerder van Halsema noemde de kritiek uit de Kamer "de wereld op zijn kop", aangezien de burgemeester handelde volgens de geldende wetgeving.
Effecten en twijfels bij nieuwe wetgeving
Om het optreden tegen zogenaamde terreurverheerlijking te vergemakkelijken, dringt minister Van Weel aan op een snelle behandeling van een nieuw wetsvoorstel dat afgelopen zomer naar de Tweede Kamer is gestuurd.
Deze wet maakt het expliciet strafbaar om terroristische misdrijven en verboden organisaties te verheerlijken, zowel fysiek als digitaal. Van Weel stelt dat betogers nu nog vaak net onder de strafrechtelijke grens blijven en de overheid "uitlachen".
Juridisch deskundige Schilder relativeert echter de impact van de wet. Hoewel een spandoek met 'We Support Hamas' onder de nieuwe wetgeving verboden zou worden en kan leiden tot een celstraf van maximaal twee jaar, een geldboete en een strafblad, blijft preventief verbieden van demonstraties onmogelijk. De politie kan pas optreden zodra een vlag of spandoek daadwerkelijk getoond wordt.
Bovendien waarschuwt hij voor een juridisch grijs gebied bij minder eenduidige leuzen zoals 'Long live the 7th of October', en wijst hij op capaciteitsproblemen bij het OM. Een van de demonstranten uitte eveneens kritiek op het wetsvoorstel en stelde dat Hamas als politieke beweging gezien dient te worden.
Reacties van organisatoren en toekomstige protesten
De officiële organisatie van het protest op de Dam, vertegenwoordigd door onder meer Esther van der Most van 'Plant een Olijfboom', distantieerde zich nadrukkelijk van de Hamas-vlaggen. Zij gaf aan dat externe individuen geweigerd hadden de spandoeken op te bergen.
Het officiële programma bevatte zowel Palestijnse als Joodse sprekers die aandacht vroegen voor de situatie in Gaza en het op 10 oktober 2025 uitgeroepen staakt-het-vuren dat volgens hen niet wordt nageleefd.
Ondertussen blikt de politiek vooruit naar een geplande 'Rode Lijn'-demonstratie op 8 november in Amsterdam. JA21 (via Kamerlid Nanninga) eiste dat geen kabinetsleden meelopen vanwege veronderstelde banden tussen de organisatie en Hamas, refererend aan een eerdere manifestatie waar premier Jetten aan meedeed.
Minister Van Weel gaf hierop geen toezeggingen. Hij gedenkt de kwestie in de ministerraad te bespreken en gaf aan dat de AIVD weliswaar betrokkenheid van Hamas ziet bij pro-Palestijnse protesten in Nederland, maar dat dit niet vaststaat voor de Rode Lijn-demonstraties. Daarnaast benadrukte hij dat het betuigen van steun aan de Palestijnse bevolking op zichzelf niet wettelijk verboden is.























