Aantal vuurwerkslachtoffers stijgt fors tijdens 'laatste' legale jaarwisseling: helft jonger dan 20
Een opvallende en negatieve trend dit jaar is het grote aantal ongelukken door het opnieuw afsteken van vuurwerkresten. Zeker veertig mensen liepen hierdoor ernstig letsel op. In 90 procent van deze gevallen ging het om kinderen jonger dan 14 jaar.
Het aantal vuurwerkslachtoffers is tijdens de afgelopen jaarwisseling aanzienlijk gestegen. In totaal raakten 1239 mensen gewond, een toename van 7 procent ten opzichte van vorig jaar. Vooral op de spoedeisende hulp (SEH) was het drukker dan in jaren. Een zorgwekkende trend is het hoge aantal jonge kinderen dat zwaargewond raakte door het oprapen en opnieuw afsteken van geweigerd vuurwerk.
Volgens de officiële cijfers van kenniscentrum VeiligheidNL en de artsenverenigingen is het aantal ernstige incidenten toegenomen tijdens wat waarschijnlijk de laatste jaarwisseling was waarbij consumentenvuurwerk legaal mocht worden afgestoken. Hoewel het aantal behandelingen bij de huisartsenposten licht daalde (-4%), zagen de spoedeisende hulpafdelingen juist een forse piek: daar werden 474 slachtoffers behandeld, een stijging van maar liefst 29 procent. Dit is het hoogste aantal sinds de jaarwisseling van 2016-2017.
Veel jonge slachtoffers en 'opraap-letsel'
De cijfers tonen een duidelijk profiel van de slachtoffers: vier op de vijf is man en meer dan de helft (54%) is jonger dan 20 jaar. Tieners tussen de 10 en 19 jaar vormen met 44 procent de grootste groep, maar ook kinderen jonger dan 10 jaar (10 procent) raakten gewond.
Een opvallende en negatieve trend dit jaar is het grote aantal ongelukken door het opnieuw afsteken van vuurwerkresten. Zeker veertig mensen liepen hierdoor ernstig letsel op. In 90 procent van deze gevallen ging het om kinderen jonger dan 14 jaar. Martijntje Bakker, directeur van VeiligheidNL, spreekt haar zorgen uit: "Ondanks alle voorlichting over het niet opnieuw afsteken van vuurwerk dat op straat ligt, zijn er ieder jaar veel letsels te betreuren die voorkomen hadden kunnen worden."
Verdubbeling aantal amputaties
De ernst van de verwondingen lijkt toe te nemen. Plastisch chirurgen hebben deze jaarwisseling 93 slachtoffers behandeld, aanzienlijk meer dan de 62 van vorig jaar. Volgens de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC) ging het veelal om zwaar handletsel door illegaal vuurwerk.
Er vonden naar schatting twintig amputaties plaats, een verdubbeling ten opzichte van eerdere jaren (toen lag dit rond de tien). Twaalf slachtoffers verloren een volledige hand of een groot deel daarvan. "Daarnaast zagen we veel vingeramputaties, botbreuken en peesletsels," aldus plastisch chirurg Ernst Smits.
Ook het Oogziekenhuis in Rotterdam had een drukke nacht met 22 slachtoffers. Opvallend is dat bijna de helft van alle slachtoffers (48%) omstander was en het vuurwerk niet zelf afstak. Het gebruik van bescherming blijft laag: slechts 7 procent van de gewonden droeg een vuurwerkbril.
Dodelijke slachtoffers
De jaarwisseling kende een gitzwarte rand door het overlijden van meerdere personen. In totaal vielen er de afgelopen weken drie vuurwerkdoden, iets wat sinds 2006-2007 niet meer is voorgekomen. Tijdens de oudjaarsnacht zelf kwamen twee mensen om het leven: een 38-jarige man uit Aalsmeer en de 16-jarige Shane uit Nijmegen.
Pleidooi voor vuurwerkverbod
De roep om een algeheel vuurwerkverbod klinkt door de nieuwe cijfers luider dan ooit. Martijntje Bakker van VeiligheidNL benadrukt dat de stijging in letsels niet enkel aan illegaal vuurwerk te wijten is: "Minstens vier op de tien letsels kwam door vuurwerk dat nu nog legaal was."
De toename van het aantal slachtoffers wordt deels toegeschreven aan het gedrag van afstekers. Omdat dit waarschijnlijk de laatste jaarwisseling was zonder verbod, lijkt men meer risico te hebben genomen. "Een verbod bevordert de eenduidigheid van de handhaving en draagt op langere termijn hopelijk bij aan het creëren van een nieuwe norm," concludeert Bakker.