Het kabinet is van plan om te wachten tot het Lente-Memorandum in april om te bekijken waar dit bedrag in de begroting vandaan kan komen; niettemin wil het grootste deel van de Kamer nu duidelijkheid, zodat Oekraïne snel kan overgaan tot de aanschaf van nieuwe wapens.
Nederland had eerder toegezegd om Oekraïne jaarlijks 3,5 miljard euro te steunen. Als gevolg van een financiële aanpassing is 2 miljard euro van de begroting voor 2026 dit jaar al uitgegeven, waardoor er voor volgend jaar nog maar 1,5 miljard euro overblijft. Daarom is er nog eens 2 miljard euro nodig.
Leden van het parlement geven aan dat ze alarmerende signalen uit Oekraïne hebben ontvangen: de situatie aan het front wordt steeds moeilijker en er moet onmiddellijk actie worden ondernomen. CDA-lid Boswijk en GroenLinks-PvdA-leider Klaver maakten duidelijk dat het tekort moet worden aangepakt, idealiter in het eerste kwartaal van 2026. Zesenzeventig parlementariërs van partijen als het CDA, D66, ChristenUnie, Partij voor de Dieren, 50Plus en Volt onderschrijven dit standpunt.
Premier Schoof nam een voorzichtig standpunt in en bevestigde consequent dat Nederland “onverminderd” steun zal blijven bieden en zich aan het vastgestelde bedrag van 3,5 miljard euro zal houden, maar ging niet snel akkoord met de vraag om extra financiering.
Goed begrotingsprocedure nodig
Hij zei dat er voldoende middelen zijn voor het eerste kwartaal en dat een goede begrotingsprocedure nodig is; hij merkte op dat de definitieve beslissing in het voorjaarsmemorandum zal worden genomen. Schoof drong eveneens aan op hogere bijdragen van andere landen, wat bij sommige parlementsleden tot ergernis leidde.
Volgende week wordt er gestemd over een motie van Klaver; daarna zal het kabinet opnieuw reageren en zal duidelijk worden of Oekraïne begin 2026 de extra 2 miljard euro zal ontvangen.











