Meer dan 120.000 huiseigenaren in Nederland worden geconfronteerd met urgente funderingsproblemen die moeten worden verholpen, zo meldt de toezichthouder AFM op basis van gegevens van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek).
Vooral oudere huizen, vaak vooroorlogse gebouwen op drassige of klei- en veengronden, kampen met scheuren, vocht, verzakkingen en soms zelfs het gevaar van instorting. Aangezien funderingsschade doorgaans niet door de verzekering wordt gedekt, ligt de verantwoordelijkheid bij de eigenaar.
Nog onduidelijk wie de reparatiekosten moet dragen
Het probleem treft vooral woningen die verzakken of scheuren vertonen als gevolg van bodemverzakking, droogte of verouderde bouwtechnieken, en heeft gevolgen voor zowel individuele huiseigenaren als hele gemeenschappen.
Uit rapporten blijkt dat de schade mogelijk in de miljarden euro’s loopt, terwijl in Den Haag de besprekingen voortduren over een mogelijke bijdrage van de overheid en de omvang daarvan.
Het grootste probleem is dat bewoners vaak te maken krijgen met hoge kosten voor een gebrek dat zij niet hebben veroorzaakt. Gemeenten, de rijksoverheid, financiële instellingen, verzekeringsmaatschappijen en eigenaren van onroerend goed schuiven de verantwoordelijkheid vaak onderling door.
Dit leidt tot onzekerheid over reparaties, de verkoopbaarheid en de waarde van woningen. Voor veel getroffen gezinnen is de situatie urgent: zonder ingrijpen kunnen woningen verder in verval raken en zullen de kosten alleen maar stijgen.
Gezamenlijk vangnet
De AFM pleit voor een gezamenlijk vangnet om de financiële lasten te spreiden en te voorkomen dat de kosten worden afgewenteld op toekomstige kopers. Ook beveelt de AFM aan om reparaties bij voorkeur op wijkniveau of op het niveau van de vereniging van eigenaren (VvE) aan te pakken.
De AFM had eerder al gewaarschuwd dat veel kopers zich niet bewust zijn van funderingsrisico’s, en dat deze risico’s vaak geen invloed hebben op de hypotheekverstrekking.
Bovendien pleit de Vereniging Eigen Huis voor een gedegen ‘reddingsplan’ in plaats van uitsluitend de leningen die momenteel via het Fonds Duurzaam Funderingsherstel beschikbaar zijn. Er worden ook vergelijkingen getrokken met het aardbevingsscenario in Groningen, waar een snelle en doortastende aanpak cruciaal is om te voorkomen dat woningen onbewoonbaar worden.
Huiseigenaren worden aangemoedigd om de gevaren van een zwakke fundering onder de aandacht te brengen, met name bij de verkoop van onroerend goed, om toekomstige problemen te voorkomen.























