Belgische parlementaire commissie verhoogt leeftijdsgrens voor reservisten tot 67 jaar
Minister van Defensie verwelkomt besluit en noemt herziening ‘geen luxe, maar een noodzaak’ gezien de huidige veiligheidsuitdagingen.
De Defensiecommissie van het Belgische parlement heeft een wetswijziging goedgekeurd om de leeftijdsgrens voor toetreding tot en verblijf in de Belgische defensiereserve te verhogen, zo meldde het dagblad Het Laatste Nieuws woensdag.
Volgens het goedgekeurde wetsontwerp tot wijziging van verschillende bepalingen van het militair statuut worden zowel de maximumleeftijd voor externe rekrutering in het reservekader als de maximumleeftijd om tot de reservemacht te behoren verhoogd tot 67 jaar, in overeenstemming met de wettelijke pensioenleeftijd die in 2030 van kracht wordt.
Voorheen mochten vrijwillige reservisten niet ouder zijn dan 34 jaar, terwijl aspirant-reserveofficieren een leeftijdsgrens van 51 jaar hadden, aldus de commissieleden.
Aantal kandidaten vergroten
De bestaande leeftijdsbeperkingen werden gezien als een belemmering voor de rekrutering, en de herziening heeft tot doel het aantal potentiële kandidaten uit te breiden zonder de medische of fysieke geschiktheidseisen te verlagen.
Het wetsontwerp bevat ook maatregelen om uitzonderingen toe te staan op de huidige eis dat kandidaten bepaalde opleidingen of cursussen moeten hebben gevolgd om in aanmerking te komen, met als doel relevante ervaring die buiten de formele defensieopleiding is opgedaan, beter te erkennen.
“Geen luxe, maar een noodzaak”
Minister van Defensie Theo Francken verwelkomde het besluit van de commissie en omschreef de herziening als “geen luxe, maar een noodzaak” in het licht van de huidige situatie.
Hij zei dat reservisten een cruciale rol spelen bij zowel de bescherming van het nationale grondgebied als de ondersteuning van het actieve defensiekader, en dat de wijzigingen gemotiveerde en capabele personen in staat zullen stellen om voor een langere periode bij te dragen aan de veiligheid van België.
Het wetsontwerp zal nu verder worden behandeld door het parlement.