Het Openbaar Ministerie (OM) gaat aanzienlijk hogere straffen eisen tegen personen die geweld gebruiken tegen hulpverleners en anderen met een publieke taak. Volgens de nieuwe richtlijn van het College van procureurs-generaal, de landelijke leiding van het OM, moet justitie zulke zaken voortaan altijd aan de rechter voorleggen. De geëiste straf wordt daarbij in de basis dubbel zo zwaar vergeleken met incidenten waarbij het slachtoffer geen publieke functie vervult.
Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel (VVD) heeft de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over deze vernieuwde afspraken tussen het OM en de politie. De richtlijn geldt niet alleen voor politieagenten, brandweerlieden en ambulancemedewerkers, maar beslaat een bredere groep professionals met een publieke taak, waaronder leraren, journalisten, advocaten, rechters, buschauffeurs en bestuurders.
Celstraf als norm in plaats van taakstraf
In de richtlijn is de uitwerking van verhoogde strafeisen concreet vastgelegd, waardoor officieren van justitie niet langer zelfstandig berekeningen hoeven te maken. Een belangrijk uitgangspunt is dat een geldboete of taakstraf niet langer als passende sanctie wordt gezien bij geweld tegen publieke functionarissen; een celstraf wordt het uitgangspunt.
Ter illustratie noemt minister Van Weel een situatie waarin sprake is van een poging tot zware mishandeling zonder wapengebruik, zonder letsel en door een dader zonder strafblad. Bij een regulier slachtoffer zou de eis in zo'n geval uitkomen op een taakstraf van 80 uur.
Richt zich dit geweld echter tegen iemand met een publieke taak, dan wordt het uitgangspunt een gevangenisstraf van drie maanden. Mocht een officier van justitie besluiten af te wijken van de richtlijn, dan dient dit expliciet en grondig onderbouwd te worden.
Politieke achtergrond en historische toepassing
Wettelijk bestaat de mogelijkheid om geweld tegen personen met een publieke taak tot 200 procent zwaarder te bestraffen al sinds 2006. In de praktijk bleek deze norm echter nauwelijks te worden toegepast, waardoor daders dikwijls alsnog wegkwamen met een geldboete of taakstraf.
Naar aanleiding van ernstige incidenten tijdens een voorgaande jaarwisseling sprak de Tweede Kamer kort voor het aantreden van het kabinet-Jetten haar afschuw uit over de aanhoudende agressie tegen hulpverleners.
Met name rechtse fracties verzochten via moties om een striktere handhaving en zwaardere strafeisen. Minister Van Weel onderschrijft deze wens volledig en noemt geweld tegen mensen die de maatschappij draaiende houden ontoelaatbaar.
Discussie over een taakstrafverbod en maatwerk
Naast de verscherpte OM-richtlijn ligt er een wetsvoorstel van VVD en JA21 om taakstraffen bij geweld tegen hulpverleners wettelijk te verbieden. De behandeling van dit voorstel in de Tweede Kamer laat de minister afwachten.
Eerdere initiatieven voor een algeheel taakstrafverbod of minimumstraffen stuitten echter op kritiek van de Raad van State en de rechtspraak. Zij stellen dat rechters voldoende beoordelingsruimte moeten behouden om maatwerk toe te passen op basis van specifieke omstandigheden.
Minister Van Weel wil de effecten van de nieuwe richtlijn over ongeveer drie jaar evalueren. Indien blijkt dat de opgelegde straffen in de praktijk niet daadwerkelijk stijgen, sluit hij het invoeren van wettelijke minimumstraffen niet uit.






















