De CAVV, een gezaghebbend adviesorgaan van de regering en het parlement, bracht maandag op eigen initiatief een uitgebreid juridisch advies uit over de verplichtingen die voortvloeien uit het Genocideverdrag van 1948, dat ook door Nederland is ondertekend. De commissie stelt dat de preventieplicht al ingaat zodra een staat zich bewust is van een ernstig risico op genocide – ook als er nog geen definitieve uitspraak is van het Internationaal Gerechtshof (ICJ).
Juist dat is inmiddels het geval, aldus de CAVV: het ICJ oordeelde in januari 2024 in een voorlopige uitspraak dat er ten minste sprake is van een dreigende genocide in Gaza. “Vanaf dat moment is Nederland verplicht alles in het werk te stellen om die te voorkomen,” zegt commissielid Elies van Sliedregt, hoogleraar strafprocesrecht. Het advies noemt Israël niet expliciet, maar verwijzingen in voetnoten maken overduidelijk dat het over de Israëlische militaire acties in Gaza gaat.
Serie aan maatregelen op tafel
De CAVV noemt tal van maatregelen die Nederland had kunnen nemen – en nog steeds kan nemen – om zijn inspanningsverplichting na te komen. Daarbij gaat het onder meer om:
Diplomatieke druk, zoals het terugroepen van ambassadeurs of het publiekelijk bekritiseren van Israël (naming and shaming),
Reisverboden en inreisbeperkingen voor verantwoordelijke Israëlische functionarissen,
Stopzetten van wapenleveranties en militaire samenwerking,
Het ontmoedigen van investeringen in Israël,
Het opschorten van verdragen, zoals het EU-Israël-associatieakkoord, dat mensenrechtenclausules bevat.
Opmerkelijk is dat het ministerie van Buitenlandse Zaken eerder dit jaar door eigen ambtenaren was geadviseerd om de CAVV formeel om advies te vragen. Minister Caspar Veldkamp besloot echter geen verzoek in te dienen. De commissie besloot daarop zelfstandig in actie te komen “vanwege de grote maatschappelijke en juridische onduidelijkheid.”
Vorige week voerde het demissionaire kabinet voor het eerst enkele maatregelen door, waaronder inreisverboden voor de extreemrechtse Israëlische ministers Smotrich en Ben-Gvir. Volgens de CAVV zijn deze stappen echter onvoldoende, gezien de ernst van de situatie en de nauwe banden tussen Nederland en Israël. “Hoe sterker de relatie tussen twee landen, hoe groter de impact die van maatregelen wordt verwacht,” stelt de commissie.
Mensenrechteninstituut: "Nederland moet druk op Israël opvoeren"
Een dag na het CAVV-advies kwam ook het College voor de Rechten van de Mens met een dringende oproep aan de Nederlandse regering. Volgens het College zijn de mensenrechtenschendingen door Israël in Gaza “ongeëvenaard” en is Nederland zowel juridisch als moreel verplicht om alles te doen wat binnen zijn macht ligt om Israël aan het internationaal recht te houden.
In zijn verklaring noemt het College een reeks ernstige schendingen: het bombarderen van burgerdoelen, ziekenhuizen, scholen, het doden van journalisten, de verwoesting van grote delen van Gaza en het creëren van een hongersnood van de hoogste categorie.
Het College adviseert onder meer:
Stopzetten van bilaterale militaire samenwerkingen,
Verbod op import en export van wapens, munitie en dual-use goederen,
EU-brede opschorting van het associatieakkoord,
Zwaardere economische sancties,
Volledige samenwerking met het Internationaal Strafhof in het onderzoek naar internationale misdrijven in Gaza.
Politieke reacties en Kamerdebat
De timing van beide rapporten is politiek explosief. Donderdag keert de vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken terug van zomerreces voor een debat over Gaza. Minister Veldkamp heeft inmiddels laten weten dat het kabinet het advies van de CAVV bestudeert en “binnenkort met een inhoudelijke reactie” komt.
Toch wordt de druk vanuit het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenorganisaties en rechtsgeleerden almaar groter. “Nederland moet méér doen,” zegt Van Sliedregt. “Een verplichting tot preventie van genocide is geen vrijblijvende morele oproep, maar een ernstige juridische verantwoordelijkheid.”
Of de regering bereid is structureel beleid te wijzigen, blijft vooralsnog de vraag. Maar met de recente adviezen is de juridische en ethische lat duidelijk hoger gelegd.






















