Uit het meest recente PISA-onderzoek (Programme for International Student Assessment) blijkt dat ruim 39% van de Nederlandse 15-jarigen onder niveau 2 scoort voor leesvaardigheid. Dit niveau geldt als het minimale dat nodig is om volwaardig te kunnen participeren in de maatschappij.
De cijfers laten een aanhoudende negatieve trend zien: in 2018 had nog een op de vier Nederlandse jongeren een onvoldoende leesniveau, terwijl dat in 2023 opliep tot bijna een derde. Hiermee scoren Nederlandse tieners significant lager dan hun leeftijdsgenoten in sociaal en economisch vergelijkbare EU-landen; binnen deze vergelijkingsgroep liet alleen Griekenland nog lagere resultaten zien. Aan het digitale onderzoek in Nederland namen ruim 6600 leerlingen van 177 scholen deel.
Onderwijstype, sociaal-economische factoren en reacties in Nederland
De resultaten tonen aan dat de prestaties sterk samenhangen met het onderwijstype en de achtergrond van de ouders. Leerlingen in het vwo scoorden hoger op leesvaardigheid dan leerlingen in het vmbo, en kinderen van hoger opgeleide ouders behaalden gemiddeld betere resultaten.
De Leescoalitie noemt de cijfers alarmerend en dringt aan op een intensievere stimulering van lezen, zowel binnen als buiten het onderwijs. Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Judith Tielen heeft toegezegd in het najaar met een actieplan te komen. Zij benadrukte dat verdere daling onacceptabel is en dat de lat voor zowel leerlingen, leraren als de inspectie omhoog moet.
Terwijl leesvaardigheid sterk achteruitging, bleven de gemiddelde prestaties van Nederlandse leerlingen op het gebied van wiskunde en natuurwetenschappen stabiel, al gaven Nederlandse jongeren aan minder plezier te beleven aan natuurwetenschappen dan hun Europese leeftijdsgenoten.
Slechtste resultaten in 25 jaar voor Duitsland
De problemen beperken zich niet tot Nederland. In Duitsland noteerden 15-jarigen eveneens hun zwakste PISA-resultaten sinds de start van de metingen 25 jaar geleden. Ongeveer een op de drie Duitse leerlingen mist de basisvaardigheden op het gebied van lezen (465 punten) en wiskunde (464 punten), terwijl voor natuurwetenschappen een score van 486 punten werd behaald.
Duitsland heeft een geaggregeerde PISA-score van 1.447, waarmee het dicht bij de resultaten van Nederland (1.440) en Frankrijk (1.435) ligt. De Duitse minister van Onderwijs Karin Prien noemde de bevindingen alarmerend en wees op de invloed van sociale media, kunstmatige intelligentie en de uitdagingen waar sociaal-economisch kwetsbare leerlingen mee kampen.
Algemene OESO-trends en de mondiale prestatiekloof
Het internationale PISA-onderzoek, waaraan wereldwijd 760.000 leerlingen uit 91 landen deelnamen, laat zien dat het gemiddelde prestatieniveau in OESO-landen voor lezen en wiskunde het laagste punt ooit heeft bereikt.
Inmiddels is een op de vijf 15-jarigen binnen de OESO een laagpresteerder op alle drie de kernvakken, vergeleken met 16% in 2022. Tussen 2015 en 2025 daalden de OESO-gemiddelden voor lezen met 28 punten (wat gelijkstaat aan ongeveer anderhalf jaar leerachterstand) en voor wiskunde met 22 punten (ruim een jaar leerachterstand).
Mondiaal voeren Aziatische onderwijssystemen zoals Singapore (geaggregeerde score van 1.679), China (1.605), Japan (1.599), Taiwan (1.599) en Zuid-Korea (1.570) de ranglijst aan, gevolgd door Europese topscoorders zoals Estland (1.547) en het Verenigd Koninkrijk (1.483).
Aan de onderkant van de ranglijst bevinden zich landen zoals de Filipijnen (1.058), Oezbekistan (1.055), de Dominicaanse Republiek (1.050) en Cambodja (1.012). De uitkomsten tonen aan dat prestatieverschillen sterk samenhangen met sociaal-economische status en kansengelijkheid; zo scoorden bevoorrechte leerlingen binnen de OESO gemiddeld 85 punten hoger op natuurwetenschappen dan hun minder bevoorrechte leeftijdsgenoten.
Focus op de onderwijspraktijk en de rol van technologie
OESO-secretaris-generaal Mathias Cormann benadrukte de urgentie om deze neerwaartse spiraal te doorbreken door te investeren in leraren, ouderbetrokkenheid en gerichte ondersteuning voor scholen die dit het hardst nodig hebben.
Daarnaast waarschuwt het rapport voor de schaduwzijde van digitale hulpmiddelen. Hoewel technologie en AI het leren kunnen versterken, blijkt overmatig gebruik of afleiding door apparaten in de klas te leiden tot lagere prestaties en minder betrokkenheid.
Leerlingen die AI uitsluitend gebruikten voor het schrijven van opdrachten presteerden minder goed dan leerlingen die AI niet daarvoor inzetten of geleerd hadden hoe zij AI-gegenereerde informatie kritisch moeten beoordelen.























