Rond de 7000 asielzoekerskinderen die in Nederlandse noodopvanglocaties verblijven, worden blootgesteld aan "structurele verwaarlozing" in omstandigheden die hun ontwikkeling ernstig bedreigen. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) na een onderzoek van meer dan twee jaar.
Volgens OVV-voorzitter Chris van Dam is Nederland daarmee "onder de ondergrens gezakt." De raad spreekt van een "normalisering van onveiligheid" en eist van minister Bart van den Brink van Asiel en Migratie dat de situatie binnen zes maanden ingrijpend wordt verbeterd.
Alarmerende leefomstandigheden en veiligheidsrisico's
Noodopvangvoorzieningen — waaronder omgebouwde kantoorpanden, schepen, evenementenhallen en containerwoningen — maken inmiddels zo'n 60 procent uit van de totale opvangcapaciteit in Nederland.
Kinderen worden er soms jarenlang opgevangen en verhuizen in korte periodes tot wel tien keer van locatie naar locatie. Dit verstoort hun schoolgang ernstig en ontneemt hen elke vorm van stabiliteit.
Uit het onderzoek blijkt dat kinderen in deze voorzieningen een hoog risico lopen op fysiek en seksueel geweld, grensoverschrijdend gedrag en misbruik. De locaties bieden nauwelijks privacy of adequate sanitaire voorzieningen; zo komt het voor dat de verlichting 's avonds uitsluitend centraal uitgeschakeld kan worden en dat kinderen voortdurend worden geconfronteerd met ruzies en onrust.
De constante spanning en het gebrek aan autonomie leiden tot stress, hulpeloosheid en een toestand van voortdurende alertheid. Onder alleenstaande minderjarige vluchtelingen zijn zelfs incidenten van zelfbeschadiging en suïcidaal gedrag geregistreerd.
De Veiligheidsraad noemt de gang van zaken "moreel onverdedigbaar in een rechtsstaat" en hekelt het gebrek aan politieke wil en bestuurlijke daadkracht om de situatie op te lossen.
Minister biedt geen garanties voor de gestelde termijn
Minister Van den Brink laat in een reactie weten alles op alles te willen zetten om kinderen een veilige plek te bieden, maar geeft aan dat hij niet kan garanderen dat dit binnen de door de OVV geëiste zes maanden gerealiseerd is.
Volgens de minister is de Rijksoverheid hierin afhankelijk van de medewerking van gemeenten, die voor voldoende en kwalitatieve opvangplekken moeten zorgen. Hij benadrukt in dit kader het belang van de spreidingswet voor een eerlijke verdeling van opvangplaatsen over het land.
Wel zegt de minister toe een andere dringende aanbeveling van de OVV direct over te nemen: het op korte termijn in kaart brengen en aanpakken van de alleronveiligste situaties.
Ook verwelkomt hij de stap van de Onderzoeksraad om alle gemeenteraden rechtstreeks aan te schrijven met de oproep actief bij te dragen aan het verbeteren van de veiligheid van deze kinderen.
Brede roep om parlementair onderzoek en structurele maatregelen
De conclusies van het rapport worden krachtig ondersteund door diverse maatschappelijke organisaties. De Kinderombudsman herinnert eraan dat zij drie jaar geleden, samen met de Nationale Ombudsman, al vaststelde dat de leefomstandigheden in de noodopvang onder de absolute ondergrens waren gezakt. Het Rode Kruis geeft aan de rijksoverheid al meermalen te hebben gewaarschuwd dat noodopvanglocaties in de kern ongeschikt zijn voor kinderen.
Save the Children pleit naar aanleiding van het rapport voor een parlementair onderzoek om toekomstige schendingen van kinderrechten te voorkomen. De organisatie ziet in de praktijk dat kinderen door de slechte omstandigheden fysieke en mentale klachten ontwikkelen, waaronder angststoornissen en eetproblemen. Voogdijorganisatie Nidos sluit zich daarbij aan en benadrukt dat het ontbreken van een stabiele, kindvriendelijke omgeving funest is voor de gezondheid en het welzijn van jongeren.






















