De Europese Unie heeft Israël opgeroepen om het internationaal recht en het internationaal humanitair recht na te leven. Aanleiding hiervoor zijn recente uitspraken van de extreemrechtse Israëlische minister van Nationale Veiligheid, Itamar Ben-Gvir, die opriep tot het intensiveren van luchtaanvallen op Gaza en het dagelijks doden van tientallen Palestijnen.
Oproep van de Europese Commissie tot naleving van internationaal recht
Tijdens een persbriefing in Brussel benadrukte Anitta Hipper, woordvoerder van de Europese Commissie, dat de bescherming van burgers te allen tijde gegarandeerd moet worden.
Zij wees er tevens op dat er bij de Raad van de Europese Unie reeds een voorstel voorliegt om Ben-Gvir op te nemen op de sanctielijst onder het wereldwijde EU-mensenrechtensanctieregime.
Omstreden uitspraken over doelgerichte dodingen
In een podcastaflevering pleitte Ben-Gvir, leider van de extreemrechtse partij Joods Vermogen, expliciet voor het dagelijks uitvoeren van doelgerichte dodingen in de Gazastrook.
Volgens hem zouden er elke nacht 30 tot 40 mensen moeten worden uitgeschakeld, waarbij hij stelde dat dit niet alleen moet gelden voor personen die een directe dreiging vormen. Hij verklaarde dat er mensen zijn die "het leven niet waard zijn" en noemde hen "niet eens mensen".
Naast de oproep tot verhoogde luchtaanvallen herhaalde de minister zijn pleidooi om de Israëlische bevolking te herhuisvesten in de Palestijnse enclave, ten koste van de inheemse bevolking.
Breed politiek protest in de Duitse Bundestag
De uitspraken van Ben-Gvir hebben geleid tot een golf van veroordelingen vanuit het gehele politieke spectrum in het Duitse parlement. Verschillende parlementariërs dringen er bij zowel de Duitse regering als de EU op aan om sancties op te leggen aan Ben-Gvir en de eveneens extreemrechtse minister van Financiën, Bezalel Smotrich.
Jürgen Hardt, buitenlandwoordvoerder van de conservatieve CDU/CSU-fractie van kanselier Friedrich Merz, noemde de uitspraken mensonterend en pleitte voor EU-sancties om het universele karakter van de menselijke waardigheid te onderstrepen.
Hardt gaf aan dat een Israëlische regering zonder Ben-Gvir en Smotrich de betrekkingen tussen Europa en Israël zou versterken. Adis Ahmetović, buitenlandwoordvoerder van de sociaaldemocratische SPD, sloot zich hierbij aan en riep de Duitse regering op om sancties tegen beide ministers te ondersteunen.
Ook bij oppositiepartijen klonk sterke kritiek. Dietmar Bartsch van Die Linke noemde de uitspraken diep mensonterend en drong aan op sancties, waaronder een inreisverbod. Markus Frohnmaier van Alternative für Deutschland stelde dat het oproepen tot het willekeurig doden van mensen zonder directe dreiging een duidelijke grens overschrijdt.
Groenen-parlementslid Marlene Schönberger bestempelde Ben-Gvir als extreemrechts en benadrukte dat zijn uitspraken op geen enkele wijze te maken hebben met het recht op zelfverdediging van Israël.
Veranderende verhoudingen in Berlijn en komende EU-besprekingen
De parlementaire oproep markeert een significante wending in Berlijn. Duitsland heeft zich in het verleden herhaaldelijk verzet tegen Europese maatregelen en sancties tegen Israël, waaronder een eerder sanctievoorstel tegen Ben-Gvir in juni en handelsbeperkingen voor illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Aangezien EU-sancties unanimiteit vereisen, is de Duitse positie doorslaggevend.
De regering van kanselier Merz heeft het standpunt van de parlementariërs nog niet officieel overgenomen. Het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken onthield zich van commentaar, mede door zorgen dat sancties zo kort voor de Israëlische verkiezingen op 27 oktober in het voordeel van Ben-Gvir zouden kunnen uitvallen.
De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Johann Wadephul, zal op 1 en 2 september in Ierland overleggen met zijn EU-collega's, waar de uitspraken van Ben-Gvir en de situatie in Gaza naar verwachting centraal zullen staan.


















