Tijdens de behandeling van de defensiebegroting in de Tweede Kamer heeft minister van Defensie en vicepremier Dilan Yesilgöz (VVD) Rusland expliciet aangeduid als "onze vijand".
Waar voorheen door bewindspersonen gesproken werd over "de agressor", noemt Yesilgöz dat begrip nu een eufemisme dat men niet snel meer uit haar mond zal horen. Hoewel haar uitspraak opzien baarde in Den Haag, benadrukt de minister dat dit niet betekent dat Nederland in oorlog is of dat de koers van het kabinet plotseling verandert.
Duidelijke taal zonder beleidswijziging
Volgens Yesilgöz was haar uitspraak geen verspreking, maar een bewuste keuze op papier om de situatie helder te benoemen, mede op advies van deskundigen. Ze wijst op een nieuwe werkelijkheid waarin het aantal Russische sabotagepraktijken, drone-aanvallen met explosieven, intimidaties en speldenprikken op het Europese continent toeneemt.
Volgens de minister test de Russische president Poetin hoe sterk het westerse bondgenootschap is, waardoor de grijze zone tussen vrede en oorlog in West-Europa steeds donkerder kleurt.
Hoewel Yesilgöz benadrukt dat Nederland niet alleen moet afschrikken maar ook moet kunnen vechten en dat een zorgeloze vrede ver weg is, verandert er in essentie niets aan de aanpak.
De al langer ingezette lijn van miljardeninvesteringen, verhoogde waakzaamheid en nauwe Europese samenwerking wordt voortgezet. Ook heeft de kwalificatie volgens haar geen gevolgen voor het internationaal recht of de diplomatie; duurzame vrede blijft mogelijk zodra Poetin stopt.
Afstemming en steun binnen het kabinet
De uitspraak leidde aanvankelijk tot vragen over de uniformiteit van het kabinetsstandpunt. Een woordvoerder van het ministerie van Algemene Zaken gaf aan niet bekend te zijn met nieuw beleid rond de benaming van Rusland, en Buitenlandse Zaken hield het in eerste instantie bij de term 'agressor'.
In een later debat sprak minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken echter wel zijn steun uit voor zijn collega. Hij bevestigde dat bewindspersonen met één mond horen te spreken en dat Yesilgöz ook namens hem sprak.
Rusland vertoont volgens hem vijandig gedrag en vormt de grootste veiligheidsdreiging. Wel erkende Berendsen, na vragen uit de oppositie, dat hij vooraf niet door Yesilgöz op de hoogte was gesteld van haar specifieke woordkeuze.
Het debat over de defensie-investeringen vindt plaats tegen de achtergrond van ernstige waarschuwingen door de Nederlandse veiligheidsdiensten. De AIVD concludeerde eerder dat het dreigingsbeeld in tachtig jaar niet zo hoog is geweest, terwijl de MIVD waarschuwde dat de legers van Rusland en China steeds sterker worden en nauwer samenwerken.
Felle reactie van de Russische ambassade
De Russische ambassade in Nederland heeft via sociale media fel gereageerd en eist opheldering van de Nederlandse regering. Volgens de ambassade kiest Nederland met deze uitlatingen voor een destructieve route van confrontatie en lokt de defensieminister een gewapend conflict uit.
Rusland wil van het kabinet weten of de woorden van Yesilgöz het officiële standpunt vertegenwoordigen of dat de regering er afstand van neemt. De ambassade stelt dat Rusland geen agressieve intenties heeft richting Europa of Nederland, maar waarschuwt tegelijkertijd geen bedreigingen of ultimata te accepteren en daar direct en verpletterend op te zullen reageren.























