Een groot aantal Nederlandse vissers is deze week in de haven gebleven omdat de stijgende brandstofprijzen als gevolg van de vijandelijkheden in het Midden-Oosten de visreizen onrendabel hebben gemaakt, aldus vertegenwoordigers van de sector dinsdag.
Ongeveer de helft van de Nederlandse boomkorvloot heeft de activiteiten opgeschort, wat door sectorfunctionarissen wordt omschreven als een zeldzame stap, meldde de Nederlandse omroep NOS.
De brandstofkosten, die doorgaans 30 tot 40 procent van de inkomsten uitmaken, zijn bijna verdubbeld, wat de marges aanzienlijk onder druk zet. "Je zou op dit moment veel extra geld moeten betalen om de zee op te gaan. Dit raakt ons heel hard”, aldus Durk van Tuinen van de Nederlandse Vissersbond.
Boomkorvissers, die platvis zoals tong, schol en tarbot vangen, worden extra hard getroffen vanwege hun hoge brandstofverbruik. “Als we toch gaan vissen, lijden we verlies door de hoge brandstofkosten”, aldus Geert van der Plas, een reder.
Impact niet hetzelfde voor elk sector
Vertegenwoordigers van de sector merkten op dat hoewel het in de haven blijven ook inkomstenverlies oplevert, het doorberekenen van hogere kosten aan de consument niet haalbaar wordt geacht. De impact is ook niet overal in de sector gelijk; tot nu toe heeft slechts een beperkt aantal garnalenvissers de activiteiten stilgelegd.
De brandstofprijzen zijn de afgelopen weken sterk gestegen als gevolg van de onrust op belangrijke energieroutes, met name rond de Straat van Hormuz, wat tot bezorgdheid leidt in de energieafhankelijke sectoren in Europa.











