Het kabinet en het parlement streven ernaar om ongeveer 1,5 procentpunt extra van het bbp aan defensie toe te wijzen — zo’n 19 miljard euro meer dan de huidige uitgaven — met als uiteindelijk doel een aanzienlijk versterkte en autonomere Europese militaire macht.
Daarom moet het kabinet-Jetten op de begrotingsdag een geloofwaardige begrotingsnota presenteren. Dit betekent dat premier Rob Jetten en zijn ministers vóór de derde dinsdag van september draagvlak voor de begroting moeten zien te creëren, aangezien het vertrouwen in de defensie-uitgaven al aan het afnemen is.
De uitvoering stuit op tal van obstakels.
De Rekenkamer constateert dat het ministerie van Defensie geen effectief beleid heeft om fraude en corruptie te voorkomen, op te sporen en aan te pakken. Dit is zorgwekkend, vooral nu er in korte tijd een ongewoon hoog bedrag aan extra geld binnenstroomt; er zijn voor miljarden aan contracten rechtstreeks gegund zonder voldoende onderbouwing.
Tegelijkertijd neemt de mate van vertrouwelijkheid rond initiatieven op het gebied van materieel toe. Zo is het aandeel dat als vertrouwelijk wordt aangemerkt in slechts enkele jaren tijd merkbaar toegenomen. Ook worden er minder beleidsdetails in begrotingsdocumenten bekendgemaakt, wat extern toezicht bemoeilijkt.
Dit gebrek aan transparantie roept vragen op over hoe de samenleving en de Tweede Kamer effectief toezicht kunnen uitoefenen. De regering stelt dat de verantwoording gehandhaafd blijft, zij het met meer regelmaat achter gesloten deuren. Critici stellen dat omvangrijke defensie-uitgaven een brede maatschappelijke discussie vereisen.
Zo gaan de extra middelen gepaard met bezuinigingen op sociaal gebied en belastingverhogingen, waardoor het van cruciaal belang is om de voordelen van deze afwegingen te begrijpen.
“Nederlanders terughoudend”
Dit sluit aan bij zorgen over het vermogen van het leger om zijn taken efficiënt uit te voeren en over de effectiviteit van de extra defensie-uitgaven. Bovendien “zijn Nederlanders terughoudend om een agressievere militaire houding aan te nemen, zoals het met militair geweld ingrijpen in buitenlandse conflicten”.
Hiernaast garandeert een verhoging van de financiering op zich nog geen autonomer of efficiënter leger. Een aanzienlijk deel van de Nederlandse wapen- en materieelinkoop is afkomstig uit de VS; de afhankelijkheid blijft dus bestaan als deze inkooptrends ongewijzigd blijven.
Ook is een percentage van het bbp simpelweg onbeduidend als loon- en materieelprijsstijgingen aan de criteria kunnen voldoen zonder dat de operationele efficiëntie verbetert.
Cruciale keuzes hebben dus betrekking op de toewijzing van miljarden aan dure, geavanceerde systemen in plaats van aan meer personeel of materieel, en op de vraag of samenwerking tussen Europese landen kan voorkomen dat zij met elkaar gaan concurreren.
Europese autonomie vereist investering
Deskundigen benadrukken dat Europese specialisatie en gezamenlijke inkoop een betaalbaardere en snellere uitbreiding mogelijk maken. Bovendien waarschuwt De Nederlandsche Bank dat Nederland risico loopt door een tekort aan personeel en dat extra defensie-uitgaven ertoe kunnen leiden dat de binnenlandse inflatie eerder de kop opsteekt.
Sommige deskundigen wijzen erop dat de huidige ambitie nog steeds deels afhankelijk is van samenwerking met de VS; wie echt streeft naar Europese autonomie, zal wellicht aanzienlijk meer moeten investeren.























