OESO-rapport: Vlaamse leerkrachten kreunen onder AI-druk, ‘cognitieve luiheid’ leerlingen dreigt

Generatieve AI biedt enorme mogelijkheden voor gepersonaliseerd leren, maar de OESO trekt nu aan de alarmbel: zonder de juiste aanpak dreigt AI het leerproces eerder te schaden dan te baten.

By
ARCHIEFFOTO - Vlaanderen profileert zich internationaal als een koploper op het gebied van digitale onderwijsdoelen. / Reuters

De intrede van kunstmatige intelligentie (AI) in het onderwijs zorgt voor een paradoxale situatie. Terwijl beleidsmakers in Vlaanderen en daarbuiten de technologie omarmen als een hefboom voor beter onderwijs, waarschuwt de OESO in haar nieuwste rapport ‘Digital Education Outlook 2026’ voor grote risico's. Leerkrachten voelen zich overweldigd en leerlingen dreigen door verkeerd gebruik “cognitieve luiheid” te ontwikkelen.

Generatieve AI, zoals ChatGPT van OpenAI en Gemini van Google, heeft in recordtempo de weg naar het klaslokaal gevonden. Uit het rapport blijkt dat in 2025 al 34 procent van de Belgische internetgebruikers ChatGPT gebruikte, een forse stijging ten opzichte van het jaar daarvoor. Deze technologie biedt enorme mogelijkheden voor gepersonaliseerd leren, maar de OESO trekt nu aan de alarmbel: zonder de juiste aanpak dreigt AI het leerproces eerder te schaden dan te baten.

De Vlaamse paradox: Ambitieus beleid vs. overbelaste leerkrachten

Vlaanderen profileert zich internationaal als een koploper op het gebied van digitale onderwijsdoelen. Minister van Onderwijs Zuhal Demir heeft nieuwe, kennisrijke minimumdoelen geïntroduceerd die vanaf het schooljaar 2026-27 stelselmatig worden uitgerold. De lat ligt hoog: tegen het zesde leerjaar moeten leerlingen niet alleen begrijpen wat AI is, maar ook effectieve ‘prompts’ kunnen formuleren in een door de school beheerde omgeving.

Deze ambities botsen echter op de realiteit op de werkvloer. Volgens de OESO voelt meer dan de helft van de Vlaamse leerkrachten die de technologie nog niet gebruiken zich “overweldigd” door de digitale verwachtingen. Dit is een van de hoogste percentages binnen de industrielanden. Net als hun collega’s in Japan en Oost-Europa ervaren veel Vlaamse docenten de hoge eisen niet als een kans, maar als een barrière om AI in de les te introduceren. Er heerst angst dat hun autonomie wordt ondermijnd en dat zij verworden tot louter “toezichthouders” van technologie, in plaats van pedagogische professionals.

Het gevaar van ‘cognitieve luiheid’

De grootste waarschuwing in het rapport betreft echter de leerlingen zelf. De OESO introduceert de term “cognitieve luiheid”: het fenomeen waarbij leerlingen AI gebruiken als een kortere weg naar het antwoord, waardoor ze de leerstof niet daadwerkelijk verwerken.

Een experiment in Türkiye, aangehaald in het rapport, illustreert dit gevaar pijnlijk nauwkeurig. Leerlingen die AI gebruikten om wiskundesommen te oefenen, zagen hun prestaties op korte termijn exploderen met een stijging van 48 procent. Echter, toen deze leerlingen vervolgens een toets moesten maken zonder hulpmiddelen, scoorden ze 17 procent slechter dan de groep die nooit AI had gebruikt.

Het gebruik van AI als “shortcut” ondermijnt de vaardigheden die nodig zijn voor diepgaand leren. Als het zwoegen op een vraagstuk wegvalt, beklijft de kennis niet. Het rapport stelt dat studenten hierdoor veranderen in “passieve consumenten” van informatie in plaats van actieve leerders.

Van chatbot naar leerpartner

Is AI dan per definitie slecht voor het onderwijs? Zeker niet, benadrukt Andreas Schleicher, directeur Onderwijs bij de OESO. Het probleem ligt bij het gebruik van generieke chatbots die direct antwoord geven. De oplossing ligt in gespecialiseerde educatieve AI-tools.

De OESO pleit voor systemen die zijn ontworpen volgens de Socratische methode. In plaats van het antwoord te genereren, moet de AI de leerling begeleiden met hints en tegenvragen, zodat het denkproces bij de leerling blijft liggen.

“AI moet een leerpartner zijn, geen vervanger van cognitieve inspanning,” concludeert het rapport. Voor beleidsmakers en scholen ligt er een dubbele taak: investeren in tools die het denken stimuleren in plaats van overnemen, en zorgen dat leerkrachten niet verdrinken in de digitale revolutie maar juist in hun kracht worden gezet als onmisbare gidsen in dit nieuwe tijdperk.