De RSF nam de stad op 26 oktober in en pleegde vervolgens drie dagen lang georganiseerde moorden, seksueel geweld, diefstal en andere misdaden, waarbij vooral niet-Arabische etnische groepen het doelwit waren.
Ongeveer 6.000 mensen kwamen om het leven; van de bijna 240.000 inwoners wist slechts 40 procent aan het geweld te ontsnappen, waarbij velen gewond raakten of nog steeds vermist zijn, en slechts een fractie heeft onderdak gevonden in kampen.
“Genocidale bedoelingen”
Het onderzoek leverde bewijs op dat de RSF ten minste drie van de vijf misdrijven heeft gepleegd die in het Internationaal Verdrag inzake genocide worden omschreven: het vermoorden van personen van een bevolkingsgroep, het toebrengen van ernstig lichamelijk en geestelijk letsel en het creëren van levensomstandigheden die (gedeeltelijk) tot uitroeiing kunnen leiden.
De onderzoekers concludeerden dat dit een gecoördineerde, opzettelijke actie was met “genocidale bedoelingen”, gedeeltelijk onder toezicht van de RSF-leiding onder leiding van Mohammed Hamdan Dagalo.
Het hoofd van de missie, de voormalige Tanzaniaanse rechter Mohamed Chande Othman, benadrukt dat de misdaden geen incidentele oorlogsmisdaden waren; niettemin is het aan een rechter om te beslissen of er sprake is van genocide.
Waarnemers vertellen over angstaanjagende momenten
Strijders eisten openlijk de uitroeiing van niet-Arabische inwoners en pleegden op grote schaal georganiseerde seksuele gewelddaden, waarbij Arabische vrouwen vaak werden uitgesloten. De RSF beschreef de inname als een militaire overwinning en bestempelde het reguliere leger als “terroristisch”.
De onderzoekers waarschuwen dat het gevaar van vergelijkbaar genocidaal geweld blijft bestaan nu het conflict zich uitbreidt naar gebieden als Kordofan, en dringen aan op onmiddellijke bescherming van de bevolking.










