De Joodse stichting Nico Gunzburg heeft spoorwegmaatschappij NMBS en de Belgische staat voor de rechter gedaagd in Brussel. Dat melden verschillende media, waaronder Het Laatste Nieuws en De Morgen, en het nieuws werd eveneens bevestigd aan VRT NWS.
De organisatie eist een officiële erkenning van schuld en een schadevergoeding voor de rol die de Belgische spoorwegen speelden bij de deportatie van Joden, Roma en Sinti tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De rol van de spoorwegen tijdens de bezetting
Het geschil draait om de 28 konvooien die tussen augustus 1942 en juli 1944 vertrokken vanuit de Dossinkazerne in Mechelen. Die treinen reden vrijwel allemaal rechtstreeks naar het vernietigingskamp Auschwitz in Polen. Op de transporten bevonden zich 25.490 Joden en 353 Roma en Sinti. Na de bevrijding in 1945 keerden slechts 1195 van hen levend terug.
Uit onderzoek van historicus Nico Wouters en studiecentrum CegeSoma, uitgevoerd in opdracht van de federale overheid, bleek dat de toenmalige NMBS-directie blind is geweest voor de gevolgen van haar samenwerking met de nazi's.
Hoewel de Duitse bezetter openlijke tegenwerking nooit zou hebben geaccepteerd, concludeert de studie dat de directie de deportaties wel had kunnen vertragen. Voor deze treindiensten ontving de maatschappij destijds 51 miljoen Belgische frank. Na correctie voor inflatie komt dat vandaag neer op ruim 15 miljoen euro.
Niet-nagekomen beloftes en een gang naar de rechter
Omdat de Belgische staat aandeelhouder is van de NMBS, wordt ook de overheid rechtstreeks bij het proces betrokken. De stichting eist nu een provisionele schadevergoeding van 1 euro, een bedrag dat kan oplopen tot miljoenen euro's.
Een onderlinge regeling tussen de nabestaanden en de spoorwegmaatschappij bleef tot nu toe uit, terwijl de Nederlandse Spoorwegen (NS) in een vergelijkbare situatie wel al overgingen tot uitkeringen.
Hoewel de NMBS in mei vorig jaar toezegde officiële excuses te maken, zijn die er nog altijd niet gekomen. Volgens Arthur Flieger, de advocaat van de stichting, heerst er momenteel volledige radiostilte.
Hij stelt dat het logisch is dat slachtoffers en nabestaanden een vergoeding krijgen en verwijt de betrokken partijen dat ze wachten tot de overlevenden er niet meer zijn. De advocaat benadrukt wel dat het proces meteen kan worden stilgelegd zodra de overheid en de NMBS alsnog bereid zijn om te onderhandelen.
Reactie van de spoorwegmaatschappij
In een reactie geeft de NMBS aan kennis te hebben genomen van het voornemen om naar de rechter te stappen. Volgens woordvoerder Dimitri Temmerman heeft de maatschappij altijd haar volle medewerking verleend aan het wetenschappelijk onderzoek naar haar oorlogsverleden.
Dat de beloofde excuses op zich laten wachten, ligt volgens de NMBS niet aan het bedrijf zelf: de aanbevelingen uit het onderzoek liggen bij de Belgische regering, die zich daar eerst nog over moet uitspreken. Wel wijst de maatschappij op haar eigen initiatieven rond de herinneringsplicht.
Zo werd de permanente tentoonstelling over de Tweede Wereldoorlog in museum Train World herwerkt op basis van de CegeSoma-studie, liep er een tijdelijke expo, en zijn er educatieve pakketten, workshops voor scholen en een online bronnenplatform ontwikkeld.




























