De Europese Unie en China bevinden zich op een belangrijk kruispunt in hun economische betrekkingen. In Peking vindt op dit moment een tweede overlegronde plaats tussen Europese en Chinese handelsfunctionarissen.
Deze bijeenkomst volgt op een eerste zitting in juni in Brussel, die in het teken stond van het herstellen van de handelsbalans, exportcontroles, intellectueel eigendom en hervormingen binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO).
Aanleiding voor de gesprekken is de groeiende Europese ongerustheid over door de Chinese overheid gesubsidieerde overcapaciteit, toenemende economische afhankelijkheid en het risico op deïndustrialisatie.
Het handelstekort van de Unie met China is in het afgelopen decennium meer dan verdubbeld en kwam in 2025 uit op 359,8 miljard dollar. In het afgelopen jaar steeg de Europese invoer uit China met 6,4 procent, terwijl de export naar China juist met 6,5 procent afnam.
Verwerkte producten vormden met 97,3 procent veruit het grootste deel van de Chinese invoer, waarbij elektrische apparatuur (164,9 miljard dollar) en industriële machines (106,5 miljard dollar) de omvangrijkste categorieën waren.
Europese beleidsmakers maken zich zorgen dat gesubsidieerde Chinese bedrijven een steeds groter marktaandeel winnen in basissectoren als de automotive, chemie en elektronica. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen waarschuwde het Europees Parlement voor een dreigende tweede 'China-shock', vergelijkbaar met de staalcrisis uit de jaren negentig.
Strengere Europese bescherming en Chinese tegenreactie
Om de eigen industriële productie te beschermen tegen eenzijdige afhankelijkheid, werkt de EU aan het wetgevingskader Industrial Accelerator Act (IAA). Deze conceptwetgeving introduceert strikte oorsprongsregels bij overheidsopdrachten en biedt stimulansen voor lokale producenten in strategische sectoren zoals batterijen, elektrische auto's, zonnepanelen en kritieke grondstoffen.
Duitsland sloot zich in maart aan bij het strengere standpunt van Frankrijk, wat een duidelijke omslag markeert in de voorzichtige Duitse handelspolitiek. Beide landen dringen bij de Europese Commissie aan op vergaande instrumenten, waaronder het onmiddellijk kunnen opschorten van markttoegang.
Onder de voorgestelde maatregelen bevinden zich een mechanisme om snel op te treden tegen economische dwang, de verplichting voor Europese bedrijven in sleutelsectoren om grondstoffen bij ten minste drie verschillende landen te betrekken, een solidariteitsfonds tegen Chinese vergelding en de bevoegdheid voor de Commissie om tarieven op te leggen vergelijkbaar met de Amerikaanse Section 301.
De onderhandelaars brengen volgende week tijdens de Europese Raad verslag uit aan de Europese leiders. Afhankelijk van de consensus kunnen de nieuwe handelsdefensie-instrumenten al in december van kracht worden.
China stelt dat de Europese plannen investeringsbarrières opwerpen, discriminerend werken en de WTO-regels schenden. Het Chinese ministerie van Handel waarschuwde op 27 april dat de maatregelen tot een handelsoorlog kunnen leiden.
In een telefoongesprek op 22 september met zijn Duitse ambtgenoot Johann Wadephul benadrukte de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi dat beide partijen de vrijhandel en het multilateralisme moeten beschermen.
Peking benadrukt dat het politiseren van handel de globale toeleveringsketens verstoort zonder de structurele concurrentiekracht van Europa te verbeteren.
Belgische meubelsector zwaar onder druk door dumping
De impact van de mondiale handelsspanningen is onder meer voelbaar in de Belgische meubelindustrie. Als gevolg van Amerikaanse handelsheffingen kunnen Chinese producenten minder verkopen in de VS, waardoor zij hun massale productie verleggen naar de Europese markt.
Volgens Kevin Snyders, productmanager meubelindustrie bij sectorfederatie Fedustria en directeur van promotieagentschap Best of Belgium, worden Chinese meubels in Europa gedumpt tegen prijzen waarvoor lokale fabrikanten ze niet eens kunnen vervaardigen.
De invoer van Chinese meubels in België is in vijf jaar tijd met 90 procent gestegen. In 2025 bedroeg de totale waarde van deze import 884 miljoen euro, en in de eerste helft van 2026 werd al 683 miljoen euro opgetekend. Chinese producten maken inmiddels een derde uit van de totale Belgische meubelimport, met een verwachte stijging naar de helft in de komende jaren.
Oproep tot gelijke regels en scherper toezicht
Fedustria wijst erop dat er geen sprake is van een gelijk speelveld. Waar Belgische en Europese meubelmakers aan steeds strengere regelgeving moeten voldoen, is er nauwelijks toezicht op de goederen die vanuit China binnenkomen.
De druk op de sector uit zich in de cijfers: de omzet van de Belgische meubelindustrie daalde in 2025 voor het derde jaar op rij en kromp in het eerste kwartaal van 2026 met nog eens 2,7 procent. De sector vraagt beleidsmakers dringend om een actiever antidumpingbeleid, betere marktcontrole op EU-niveau en het aanscherpen van de douanecontroles.























