De maritieme crisis in het Midden-Oosten is deze week in een gevaarlijke nieuwe fase beland. Terwijl de Verenigde Staten een staakt-het-vuren hebben verlengd, beantwoordt de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC) de aanhoudende economische blokkade met het met geweld overnemen van internationale vrachtschepen. Als directe reactie hebben ook Amerikaanse troepen een olietanker in beslag genomen.
Iraanse interventie in de Straat van Hormuz
Op woensdag 22 april opende de marine van de IRGC het vuur op drie commerciële vaartuigen in de strategische Straat van Hormuz. Volgens Iraanse staatsmedia werden twee van deze schepen, de onder Liberiaanse vlag varende Epaminondas en de onder Panamese vlag varende MSC Francesca, daadwerkelijk in beslag genomen en naar de Iraanse kust gedwongen.
De schepen werden volgens de IRGC onderschept omdat ze "maritieme voorschriften zouden hebben geschonden" en "zonder de noodzakelijke toestemming" de waterweg betraden.
Bij de aanval op de Epaminondas zou aanzienlijke schade zijn toegebracht aan de brug van het schip nadat waarschuwingsschoten werden genegeerd. Een derde schip, de Euphoria, werd eveneens beschoten maar het is onduidelijk of dit vaartuig ook vastligt.
Griekenland, de eigenaar van een van de betrokken schepen, heeft de aanval bevestigd maar kon de inbeslagname gisteren nog niet officieel verifiëren. De bemanningen zouden vooralsnog ongedeerd zijn.
Amerikaanse tegenreactie in de Indische Oceaan
De spanningen liepen donderdagochtend verder op toen het Amerikaanse leger bekendmaakte de onder de vlag van Guyana varende olietanker Majestic X te hebben geënterd in de Indische Oceaan. Volgens het Pentagon was het schip betrokken bij de illegale smokkel van Iraanse olie, in strijd met de geldende sancties.
Videofragmenten van het Amerikaanse Ministerie van Defensie tonen troepen op het dek van de tanker, ergens tussen Sri Lanka en Indonesië. "Wij zullen de handhaving op zee wereldwijd voortzetten om illegale netwerken die Iran steunen te verstoren," aldus een verklaring van het Pentagon.
Economische oorlogsvoering
De huidige confrontatie is geworteld in een wederzijdse blokkade:
Iran heeft de Straat van Hormuz feitelijk gesloten voor veel commercieel verkeer, wat de wereldwijde energievoorziening onder druk zet.
De Verenigde Staten houden op hun beurt een marineblokkade in stand op schepen die van en naar Iraanse havens varen, wat Teheran naar schatting 500 miljoen dollar per dag kost.
Hoewel de Amerikaanse president Donald Trump dinsdagavond het staakt-het-vuren verlengde om diplomatieke gesprekken via Pakistan een kans te geven, spreken Iraanse functionarissen van "hypocrisie". Volgens Iran is er geen sprake van een echt bestand zolang de Amerikaanse blokkade van hun havens voortduurt.
Mondiale impact
De gevolgen van deze "economische oorlog" zijn wereldwijd voelbaar. De prijs voor Brent-olie is gestegen tot boven de $100 per vat, een stijging van 35% sinds het begin van het conflict. De Europese Unie waarschuwt voor een blijvende economische crisis die Europa dagelijks zo'n 600 miljoen dollar kost door verstoorde toeleveringsketens en stijgende brandstofprijzen.
Terwijl bemiddelaars in Pakistan proberen de partijen terug aan de onderhandelingstafel te krijgen, lijkt de situatie op het water onvoorspelbaarder dan ooit. Zowel Teheran als Washington houdt vast aan hun tactiek van "maximale druk", waarbij de commerciële scheepvaart de hoofdprijs betaalt.















