De editie van 2024 van het European Islamophobia Report schetst een zorgwekkend beeld: discriminatie van moslims in Europa is niet langer een kwestie van incidenten, maar is diep doorgedrongen in staatsbeleid, media en veiligheidsapparaten.
Het rapport, onder redactie van prof. dr. Enes Bayraklı en universitair hoofddocent dr. Farid Hafez, bestaat inmiddels tien jaar. De conclusie van deze jubileumeditie is hard: moslimhaat is in Europa geen uitzondering meer, maar is geïnstitutionaliseerd en genormaliseerd. Academici en experts analyseerden de situatie in dertig landen, waaronder Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
De invloed van de oorlog in Gaza
Volgens het rapport vormde de oorlog in Gaza en het geweld tegen burgers aldaar de belangrijkste context voor het islamofobe klimaat in 2024. Terwijl veel Europese landen nalieten burgerdoden krachtig te veroordelen, werden pro-Palestijnse demonstraties verboden en protesten gecriminaliseerd.
Moslimactivisten werden in toenemende mate onder toezicht geplaatst. In dit proces werden moslims niet alleen centraal gesteld in debatten over buitenlands beleid, maar ook steeds vaker geframed als een binnenlandse "veiligheidsdreiging".
Staatsgesponsorde normalisering
Het rapport benadrukt dat moslimhaat steeds vaker door de staat zelf wordt gefaciliteerd:
Frankrijk: Het aantal administratieve huiszoekingen onder de zogenoemde MICAS-maatregelen (gericht op individuele controle en toezicht) steeg met 510% ten opzichte van het jaar ervoor. Deze maatregelen troffen voornamelijk moslimgezinnen en religieuze leiders.
Duitsland: Naast onvoorwaardelijke steun aan Israël, werd het migratiebeleid verhard en de academische vrijheid omtrent Palestina ingeperkt.
Denemarken: De controversiële "ghettowet", die onderscheid maakt op basis van de categorie "niet-westers", ligt nu bij het Europees Hof van Justitie als een voorbeeld van gelegaliseerde structurele discriminatie.
Mediaframing: De casus Amsterdam
De gebeurtenissen in Amsterdam in 2024 worden in het rapport aangehaald als een schoolvoorbeeld van hoe media moslimhaat reproduceren. Het rapport stelt dat provocatieve en racistische acties van Israëlische voetbalsupporters grotendeels werden genegeerd, terwijl de daaropvolgende confrontaties werden gepresenteerd als een "antisemitische pogrom".
Dit verdraaide frame werd vervolgens door extreemrechtse politici gebruikt om pleidooien te houden voor harder beleid tegen moslims. Hoewel sommige internationale media hun berichtgeving later nuanceerden, was de politieke en maatschappelijke schade van het eerste narratief onomkeerbaar.
Alarmerende cijfers over discriminatie
Data van het Bureau voor de Grondrechten van de Europese Unie (FRA) ondersteunen de bevindingen van het rapport. Bijna de helft van de moslims in Europa (47%) gaf aan in de afgelopen vijf jaar discriminatie te hebben ervaren, een stijging ten opzichte van 39% in 2016.
De discriminatie is het sterkst voelbaar op de arbeids- en woningmarkt:
39% van de moslims stuitte op racisme tijdens het solliciteren.
Vooral jonge vrouwen die een hoofddoek dragen (16-24 jaar) lopen risico: 58% van hen meldde discriminatie op de arbeidsmarkt, tegenover 38% bij vrouwen zonder hoofddoek.
Daarnaast gaf bijna de helft van de door de politie gestopte moslims aan dat zij vermoeden dat dit gebeurde vanwege hun etnische achtergrond.
Politiek en Onderwijs als strijdtoneel
Moslimhaat is volgens de onderzoekers niet langer voorbehouden aan extreemrechts, maar is onderdeel geworden van de mainstream politiek. De opkomst van de FPÖ in Oostenrijk en de regeringsdeelname van de PVV van Geert Wilders in Nederland worden genoemd als bewijs van deze verschuiving.
Ook in het onderwijs neemt de druk toe. In Frankrijk werd het dragen van de abaya verboden en ontstond er discussie over moeders met hoofddoek tijdens schoolreisjes. In Duitsland en het VK kregen studenten en academici te maken met tuchtmaatregelen vanwege hun uitlatingen over Palestina.
Tegelijkertijd signaleert het rapport een toename van online haat, aangejaagd door AI-gegenereerde beelden en desinformatiecampagnes die moslims koppelen aan geweld.
Oproep tot actie
De editie sluit af met een kritische noot over de "Internationale Dag ter Bestrijding van Islamofobie" (15 maart) van de VN, die in Europa – met uitzondering van het VK – vrijwel volledig werd genegeerd.
De redacteurs Bayraklı en Hafez roepen Europese overheden op om anti-moslimracisme officieel te erkennen, op te nemen in nationale actieplannen en antiterreurwetgeving te herzien op basis van mensenrechten.






















