Het kabinet heeft de uitgewerkte stikstofwet gepresenteerd, waarmee de voor de zomer aangekondigde hoofdlijnen juridisch en praktisch vorm krijgen. Het doel van de wetgeving is een drastische verlaging van de stikstofuitstoot in 2035 ten opzichte van 2019.
Concreet legt de wet een reductie vast van 42 tot 46 procent in de landbouw en 50 procent in de mobiliteit en industrie. Het eerste officiële meetmoment vindt plaats in 2028; indien het beleid dan niet op koers ligt, zal de overheid ingrijpen.
Volgens oppositiepartij Pro, die het minderheidskabinet steunt, is er sprake van een goede stap en eindelijk actie. Landbouwminister Van Essen benadrukt dat de plannen geen afzwakking zijn, maar het vastleggen van de te volgen route.
In de wet is vastgelegd dat provincies tot september 2028 de tijd krijgen om plannen op te stellen voor de zones rondom kwetsbare natuurgebieden. Binnen enkele maanden wordt duidelijk om welke specifieke gebieden het gaat.
Voor agrarische bedrijven in deze zones gaan strengere regels gelden, waaronder op termijn een maximale veedichtheid van 1,5 koe per hectare grond. Indien provincies niet tot overeenstemming komen, treden er strenge landelijke regels in werking. Om getroffen boeren te ondersteunen heeft het kabinet 9 miljard euro gereserveerd.
Verder is toegezegd dat er maatwerk mogelijk wordt bij een eventuele generieke korting op de veestapel. Eerder uitte het Planbureau voor de Leefomgeving kritiek op zo'n generieke maatregel, omdat deze ook agrarische bedrijven treft die al flinke verduurzamingsstappen hebben gezet.
Versnelde verhoging rekenkundige ondergrens en reacties uit de bouw en milieusector
Een centraal onderdeel van het pakket is het naar voren halen van de verhoging van de rekenkundige ondergrens. Deze drempel staat nu op 0,005 mol, waardoor momenteel voor vrijwel alle activiteiten – inclusief hele kleine bouwprojecten – een natuurvergunning nodig is.
De verhoging moet vergunningverlening versoepelen, mits de voorgestelde stikstofdoelen vaststaan en de plaatselijke natuurkwaliteit op orde is om juridische houdbaarheid te garanderen.
Bouwkoepel Bouwend Nederland reageert positief en geeft aan dat het uitvoeren van dit pakket ruimte biedt voor de hervatting van woning- en wegenbouw. Voorzitter Arno Visser benadrukt wel dat vergunningen pas verleend kunnen worden naarmate de uitstoot daadwerkelijk daalt en de natuur herstelt.
Ook milieuorganisaties beschouwen het stikstofpakket als een noodzakelijke stap en de ondergrens van wat nodig is. Natuur & Milieu wijst erop dat natuurherstel voorwaarde is om Nederland van het slot te krijgen. Natuurmonumenten noemt de zonering rond natuurgebieden de ruggengraat van het herstel.
Greenpeace is positief over een snelle aanpak van piekbelasters, maar uit zorgen over aanpassingen die onder druk van de landbouwlobby zijn doorgevoerd, het schrappen van de KDW uit de wet en het versneld verhogen van de rekenkundige ondergrens.
Boerenbelangenbehartigers terughoudend over haalbaarheid en perspectief
Vanuit de agrarische sector klinkt een kritisch geluid. Land- en Tuinbouworganisatie LTO noemt het pakket op punten minder slecht dan de eerdere hoofdlijnenbrief, maar stelt dat fundamentele bezwaren blijven bestaan.
LTO-voorzitter Ger Koopmans noemt het onacceptabel dat het kabinet nog steeds niet inzichtelijk kan maken hoeveel emissiereductie er in totaal nodig is en wat er sinds 2019 al is bereikt, waardoor boeren geen duidelijkheid krijgen.
Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) noemt de plannen een gigantisch ingrijpende opgave voor jonge boeren en tuinders. NAJK-voorzitter Gerben Boom benadrukt dat de praktijk moet uitwijzen of de maatregelen haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn, en roept het kabinet op om het toegezegde perspectief ook daadwerkelijk waar te maken.
Ombudsman concludeert dat overheid jarenlang onbetrouwbaar was
Aansluitend op de presentatie van de stikstofwet publiceerde Nationale ombudsman Reinier van Zutphen een rapport over de relatie tussen overheid en agrarische ondernemers. Op basis van gesprekken met 32 boeren en diverse deskundigen (onder meer van belangenorganisaties, Natuurmonumenten en Rabobank) concludeert hij dat de overheid de afgelopen tien jaar onbetrouwbaar is geweest.
Wisselende regelgeving, gebrekkige regie en tegenstrijdig beleid zorgden voor aanhoudende onzekerheid, wat leidde tot het uitstellen van investeringen en het vastlopen van verduurzamingsplannen. Dit trof bovendien niet alleen de bedrijven, maar ook boerengezinnen.
Daarnaast hekelt de ombudsman de overheidscommunicatie, zoals het bekendmaken van besluiten op vrijdagmiddagen of vlak voor vakanties. Wel merkt Van Zutphen op dat de agrarische sector via politieke lobby soms zelf bijdroeg aan de veranderlijkheid van regels.
Als advies meegegeven aan het kabinet geldt: stel langetermijndoelen vast en houd daaraan vast, neem meer regie en benut het boerenverstand beter. Minister Van Essen laat in een eerste reactie weten de aanbevelingen ter harte te nemen en erkent dat agrarische ondernemers te lang te maken hebben gehad met snel veranderende voorstellen. Het kabinet komt later met een uitgebreide reactie op het rapport.























