Nu de droogte Nederland steeds steviger in haar greep houdt, sluiten waterorganisaties – zoals Rijkswaterstaat en regionale waterschappen – afspraken tussen de verschillende stroomgebieden in het land.
De IJssel en de Waal kunnen rekenen op een bepaalde hoeveelheid kubieke meter water uit de Rijn. Die toewijzing wordt zo effectief mogelijk gerealiseerd via een netwerk van stuwen, dammen en sluizen.
Afspraken voor voldoende schoon water
Volgens Jeroen Haan, voorzitter van de Unie van Waterschappen en dijkwachter van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, ontbreekt een dergelijk systeem op Europees niveau.
De Unie wil dat de Europese Commissie het voortouw neemt bij het waarborgen van de watervoorziening. Nederland ligt aan het einde van de Rijn, de Maas, de Schelde en de Eems. Zwitserland, Frankrijk, Duitsland en België liggen stroomopwaarts. Er zijn verdere afspraken nodig om een toereikende watervoorziening te waarborgen die ook voldoende schoon is.
Overeenkomsten over de hoeveelheid water waarop landen kunnen rekenen – of waar ze in periodes van waterovervloed van afhankelijk zijn – zijn een van de doelstellingen.
Steun en invloed over beslissingen
Nederland steunt bovendien het idee dat alle landen langs dezelfde rivier het recht moeten hebben om toestemming te geven wanneer een ander land plannen voorstelt die gevolgen hebben voor de watervoorziening.
Ook wilt Nederland invloed uitoefenen op de bouw van een kerncentrale aan de Maas in Wallonië vanwege het benodigde koelwater, net zoals het dat doet met betrekking tot het kanaal in Frankrijk dat bedoeld is als nieuwe scheepvaartverbinding tussen de Seine en de Schelde.






















