De reputatie van westerse democratieën als bastions van integriteit brokkelt verder af. Uit de Corruption Perceptions Index (CPI) 2025 van Transparency International blijkt dat corruptie niet langer een ver-van-mijn-bed-show is, maar een structureel probleem in het Westen. Ook België en Nederland ontsnappen niet aan deze neerwaartse spiraal: hoewel hun scores dit jaar stabiliseren, staan ze er aanzienlijk slechter voor dan tien jaar geleden.
De anticorruptiewaakhond waarschuwt in zijn jaarlijkse rapport voor een zorgwekkende trend: gevestigde democratieën verliezen terrein. Waar integriteit en goed bestuur ooit vanzelfsprekend leken, tonen de cijfers over het afgelopen decennium een pijnlijk verval.
Het failliet van het westerse model?
Het rapport legt een pijnlijke wonde bloot: verschillende toonaangevende westerse landen scoren vandaag beduidend slechter dan in 2012 of 2015. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn de meest prominente voorbeelden van deze neergang, met verliezen van respectievelijk 12 punten (sinds 2015) en 12 punten (sinds 2017).
De onderzoekers waarschuwen dat democratische instituten worden uitgehold door "het normaliseren van belangenconflicten, transactionele politiek en politieke druk op onafhankelijke rechtspraak". Het beeld van het Westen als mondiale corruptiebestrijder kantelt langzaam naar dat van een aanjager ervan.
België: Stagnatie is geen vooruitgang
België blijft dit jaar hangen op de 21ste plaats met een score van 69 punten. Dat is exact dezelfde score als vorig jaar, maar dat is allerminst goed nieuws. Het betekent dat de negatieve trend niet wordt gekeerd. In vergelijking met 2016 (toen België nog 77 punten scoorde) is het land met 8 punten gezakt. Volgens Transparency International (TI) glijdt het land langzaam af richting een "moeras van corruptie".
De stagnatie wijst op een gebrek aan daadkracht. "Bijna dagelijks berichten de media over machtige personen in de politiek en ambtenarij die hun macht misbruiken," stelt TI. Fundamentele principes van goed bestuur worden met voeten getreden, en zonder ingrijpende hervormingen lijkt herstel ver weg.
Nederland: Blijven steken op een historisch dieptepunt
Ook Nederland weet de weg omhoog niet terug te vinden. Met een score van 78 punten (8ste plaats) scoort het land exact hetzelfde als vorig jaar. Hoewel dit op papier stabiel lijkt, is de realiteit weerbarstiger: Nederland blijft hiermee steken op zijn laagste niveau in de geschiedenis van de index.
Tien jaar geleden behoorde Nederland met scores boven de 80 (83 in 2012) nog tot de absolute wereldtop van "schone" landen. Dat Nederland nu structureel onder dat niveau presteert, is tekenend voor de bredere trend in West-Europa. De vanzelfsprekendheid van de Nederlandse integriteit heeft in een decennium tijd plaatsgemaakt voor twijfel.
Oproep tot fundamentele verandering
De ranglijst wordt nog altijd aangevoerd door Denemarken (89) en Finland (88), maar de boodschap voor de rest van het Westen is helder: achteroverleunen is geen optie meer.
Om de democratische rechtsstaat te beschermen, pleit TI voor:
Strengere regels: Een verbod op draaideurpolitiek en striktere lobbying-wetgeving.
Ethisch leiderschap: Politici moeten stoppen met het normaliseren van integriteitsschendingen.
Europese druk: De hoop is deels gevestigd op nieuwe EU-wetgeving die lidstaten verplicht tot een nationaal anticorruptieplan.
Zonder deze maatregelen dreigen België en Nederland hun voormalige status als gidslanden voorgoed te verliezen.







