Bijna drie op de vier Belgen (73 procent) vinden dat het land werk moet maken van een snellere energietransitie. Dat blijkt uit de achtste jaarlijkse klimaatenquête van de Europese Investeringsbank (EIB), die op donderdag werd gepubliceerd. De resultaten verschijnen vlak voor de start van de jaarlijkse VN-klimaatconferentie (COP) volgende week.
Verschuiving in prioriteiten naar energieonafhankelijkheid
De uitkomsten van het onderzoek wijzen op een duidelijke verandering in de prioriteiten van de bevolking. Waar vier jaar geleden het afremmen van de klimaatverandering nog het meest genoemde voordeel van de energietransitie was in België en 18 andere EU-lidstaten, staat nu het verminderen van de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen zoals olie en gas op de eerste plaats. Deze kanteling is eveneens zichtbaar in 15 andere lidstaten.
Momenteel verwacht 80 procent van de ondervraagde Belgen dat de transitie leidt tot minder afhankelijkheid van buitenlandse energie. Een even grote groep (80 procent) rekent op stabielere of lagere energieprijzen. Zorg voor het milieu blijft overigens belangrijk: 74 procent noemt het afremmen van de klimaatverandering nog steeds als een van de verwachte voordelen.
Zorgen over energiefactuur en dalende koopkracht
Volgens de EIB heeft deze verschuiving alles te maken met de stijgende energieprijzen, die de afgelopen periode zwaar op de portemonnee hebben gedrukt. De gestegen tarieven voor gas, benzine, diesel, stookolie en elektriciteit hebben gedurende de afgelopen twaalf maanden de koopkracht van bijna de helft van de Belgen (49 procent) sterk verminderd. Van hen geeft 13 procent aan hier zelfs heel sterk door te zijn getroffen.
De vrees voor een aanhoudend hoge kostendruk is groot. Mocht de Europese Unie te traag handelen in de energietransitie, dan maakt 79 procent van de Belgen zich in de eerste plaats zorgen over de eigen energiefactuur en het duurder worden van het levensonderhoud.
Ingrijpende maatregelen in het huishouden
Om het hoofd te bieden aan de hoge prijzen hebben veel Belgen hun gedrag aangepast. Zo geeft 42 procent aan de verwarming lager te hebben gezet om de kosten te drukken. Dit percentage behoort tot de hoogste binnen de EU, waar het gemiddelde op 34 procent ligt.
Daarnaast heeft bijna een op de drie Belgen (32 procent) bespaard op dagelijkse uitgaven voor voeding of gezondheidszorg. Voor een specifieke groep waren de financiële gevolgen nog ingrijpender: 15 procent geeft aan schulden te hebben gemaakt, financiële hulp te hebben ingeroepen of de betaling van een energiefactuur te hebben uitgesteld.
Het onderzoek werd uitgevoerd door bureau Ipsos onder 23.000 deelnemers verspreid over alle 27 EU-lidstaten, waaronder 1.000 Belgische respondenten.






















