Aandeel BNP Paribas keldert na veroordeling voor medeplichtigheid aan genocide Soedan
De bank werd veroordeeld tot het betalen van 20,75 miljoen dollar (ongeveer 17,7 miljoen euro) aan drie slachtoffers van de genocide die nu in de Verenigde Staten wonen.
De aandelen van de Franse bank BNP Paribas, waarin de Belgische staat een belang heeft, zijn maandag naar het laagste niveau in zes maanden gekelderd. De bank verloor meer dan 9 procent van haar waarde op de beurs van Parijs nadat een jury in New York vrijdag oordeelde dat de bank medeplichtig is aan de genocide en wreedheden die in Soedan zijn gepleegd onder het regime van Omar al-Bashir.
De bank werd veroordeeld tot het betalen van 20,75 miljoen dollar (ongeveer 17,7 miljoen euro) aan drie slachtoffers van de genocide die nu in de Verenigde Staten wonen.
Miljarden voor het regime
Volgens de achtkoppige jury in Manhattan hebben de financiële diensten van BNP Paribas het regime van al-Bashir helpen ondersteunen. De bank was tussen de jaren negentig en 2009 actief in Soedan en faciliteerde via kredietbrieven commerciële transacties. Hierdoor kon het regime, ondanks Amerikaanse sancties, miljarden dollars blijven ontvangen uit de export van onder meer olie en katoen. De opbrengsten hiervan gingen, aldus de aanklagers, naar het Soedanese leger en de beruchte Janjaweed-militie.
De drie eisers, twee mannen en een vrouw die nu Amerikaans staatsburger zijn, getuigden tijdens het vijf weken durende proces over de gruwelen die zij ondergingen. Ze vertelden de rechtbank dat ze werden gemarteld, verbrand met sigaretten, met messen bewerkt en, in het geval van de vrouw, seksueel misbruikt.
Tijdens het proces voerde BNP Paribas aan dat haar verantwoordelijkheid niet kon worden bewezen en dat het regime van al-Bashir dezelfde misdaden zou hebben begaan zonder de aanwezigheid van de bank. Advocaten van de bank stelden ook dat de operaties legaal waren in Europa en dat de bank geen kennis had van de mensenrechtenschendingen.
Bank gaat in beroep, vreest miljardenclaims
BNP Paribas heeft direct aangekondigd in beroep te gaan tegen de uitspraak. In een verklaring noemde de bank het vonnis "duidelijk onjuist" en stelde het dat er "zeer sterke gronden zijn om in beroep te gaan". Volgens de bank is de uitspraak gebaseerd op een "verdraaiing van het toepasselijke Zwitserse recht".
De scherpe koersdaling van maandag wordt echter niet alleen veroorzaakt door de boete van 20,75 miljoen dollar. De uitspraak zet de deur open voor duizenden vergelijkbare claims. Advocaten van de eisers en waarnemers merkten op dat meer dan 20.000 Soedanese vluchtelingen in de VS nu miljarden dollars aan schadevergoedingen van de bank kunnen eisen. Dit verhoogt de druk op BNP Paribas om mogelijk een grote schikking te treffen.
Deze juridische problemen zijn ook slecht nieuws voor de Belgische overheid, die sinds de fusie met Fortis een belang van 10,3 procent in de bank heeft.
Het is niet de eerste keer dat de bank in opspraak komt vanwege haar activiteiten in Soedan. In 2014 stemde BNP Paribas in met een recordboete van 8,97 miljard dollar in de VS wegens het schenden van Amerikaanse sancties tegen Soedan, Iran en Cuba.
Andere Franse banken, zoals Société Générale en Crédit Agricole, daalden maandag ook op de beurs, mede nadat kredietbeoordelaar S&P Global de rating van Frankrijk verlaagde van AA- naar A+.