IJsland, Nederland sluiten zich aan bij genocidezaak tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof
Nederland en IJsland hebben een verklaring van tussenkomst ingediend in de genocidezaak die Zuid-Afrika tegen Israël heeft aangespannen bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ), zo maakte het hof donderdag bekend.
Beide landen hebben hun verklaringen woensdag ingediend op grond van artikel 63 van het statuut van het Hof in de zaak getiteld Toepassing van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide in de Gazastrook, die door Zuid-Afrika tegen Israël is aangespannen.
De interventies zijn gebaseerd op hun status als partijen bij het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide, dat staten toestaat te interveniëren wanneer de interpretatie van een verdrag waarbij zij partij zijn, ter discussie staat.
Uithongering en opzettelijk achterhouden van hulp
In zijn interventieverklaring benadrukte Nederland dat de gedwongen verplaatsing van burgers een daad van genocide kan vormen of kan leiden tot genocidale daden en een belangrijke rol kan spelen bij het vaststellen van genocidale intentie. In de verklaring werd ook benadrukt dat daden tegen kinderen anders moeten worden beoordeeld, waarbij werd opgemerkt dat misdaden tegen kinderen van belang kunnen zijn bij het vaststellen van genocidale intentie.
Nederland wees er verder op dat daden van genocide de vorm kunnen aannemen van uithongering en het opzettelijk achterhouden van humanitaire hulp, en benadrukte dat dergelijke handelingen ook sleutelfactoren kunnen zijn bij het vaststellen van de intentie tot genocide.
Aanvallen op kinderen
IJsland stelde dat de vaststelling van de intentie tot genocide niet beperkt mag blijven tot situaties waarin genocide de enige redelijke conclusie is die uit de gepleegde daden kan worden getrokken. In plaats daarvan, zo stelde IJsland, mag het bestaan van andere mogelijke intenties naast de intentie tot genocide de rechtbank er niet van weerhouden vast te stellen dat er sprake is geweest van genocide.
In de verklaring werd ook benadrukt dat aanvallen op kinderen, met name daden waarbij sprake is van foltering en psychische schade, zorgvuldig moeten worden onderzocht.
Gematigde maar positieve stap
Het ministerie stelt dat Den Haag ernaar streeft de reikwijdte van het verdrag te definiëren om het internationaal recht te versterken en straffeloosheid aan te pakken. De zaak draait om de vraag of specifieke Israëlische militaire acties in de Gazastrook neerkomen op genocide of andere schendingen van het verdrag. Diverse andere landen, zoals Colombia, Mexico, Spanje, Türkiye, de Malediven, Ierland, Brazilië en België, hebben bovendien interventieverklaringen ingediend.
Deskundigen omschrijven het als een positieve maar gematigde stap, met name gezien de eerdere terughoudendheid van Nederland om resoluties aan te nemen en verzoeken om F-35-onderdelen in te willigen. De bijdrage kan rechters helpen bij het verduidelijken van essentiële juridische kwesties met betrekking tot opzet en collectieve vernietiging
Zaak van Zuid-Afrika tegen Israël
Zuid-Afrika heeft op 29 december 2023 een zaak aanhangig gemaakt bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) en Israël beschuldigd van schending van het Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van de misdaad van genocide. Gezien de urgente humanitaire situatie in Gaza heeft Zuid-Afrika het Hof verzocht voorlopige maatregelen te gelasten.
Het Hof vaardigde op 26 januari, 28 maart en 24 mei 2024 drie bevelen uit, waarin Israël werd verplicht alle nodige maatregelen te nemen om handelingen die onder artikel 2 van het Genocideverdrag vallen te voorkomen, ervoor te zorgen dat zijn leger geen genocide pleegt, militaire operaties in Rafah te staken die omstandigheden zouden kunnen creëren waarin genocide plaatsvindt, en regelmatig aan het Hof verslag uit te brengen over de genomen maatregelen.