Terwijl de wereldwijde aandacht grotendeels is gericht op de grootschalige militaire conflicten in de regio, voert Israël de druk op de Palestijnse bevolking in Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever in een ongekend tempo op.
Dit uit zich in een recordaantal huisuitzettingen, omstreden wetgeving tegen hulporganisaties en een agressieve uitbreiding van nederzettingen. De internationale gemeenschap reageert echter steeds feller: verschillende westerse landen hebben sancties opgelegd aan een Israëlische topminister, en een coalitie van 22 landen waarschuwt voor de blokkade van cruciale humanitaire hulp.
Oost-Jeruzalem: Sloopwoede en het wissen van de geschiedenis
In de wijken rondom de historische Oude Stad van Jeruzalem voltrekt zich een stille crisis. Volgens de Israëlische anti-nederzettingsorganisatie Ir Amim werden in 2025 meer dan 260 Palestijnse huizen en structuren gesloopt—een stijging van 70% ten opzichte van drie jaar daarvoor. In de eerste helft van 2026 staat de teller inmiddels al op 116 demolities.
Mensenrechtenorganisaties spreken van een intensiteit en omvang die niet eerder is vertoond. Nu de internationale focus elders ligt, grijpen Israëlische autoriteiten en kolonistenorganisaties hun kans om de demografische balans in Oost-Jeruzalem permanent te veranderen.
Onhaalbare vergunningen en omstreden wetten
Palestijnen maken zo'n 40% uit van de bevolking van Jeruzalem, maar het verkrijgen van een bouwvergunning is voor hen nagenoeg onmogelijk. Organisaties zoals Bimkom tonen aan dat er vorig jaar bijna 9000 vergunningen werden goedgekeurd voor Joodse inwoners, tegenover minder dan 700 voor Palestijnen. Wie noodgedwongen zonder vergunning bouwt, riskeert dat zijn huis met de grond gelijk wordt gemaakt.
Tegelijkertijd maken kolonistenorganisaties zoals Ateret Cohanim gebruik van specifieke wetgeving waarmee zij eigendommen kunnen claimen die vóór de oorlog van 1948 in Joods bezit waren. Palestijnen die destijds vluchtten, hebben wettelijk geen enkel recht om terug te keren naar hun voormalige huizen in het huidige Israël.
Even verderop, in de wijk Batan al-Hawah, werd in maart van dit jaar de hoogste piek in door de staat geleide uitzettingen in decennia bereikt. Gezinnen zoals die van de 68-jarige Khalil Basbous en Zuhair al-Rajabi werden na decennialange juridische strijd uit hun huizen gezet om plaats te maken voor Joodse kolonisten. Volgens de Israëlische organisatie B'Tselem is hier sprake van een gecoördineerde samenwerking tussen overheidsinstanties en private kolonistengroepen om Oost-Jeruzalem te "judaïseren".
Internationale sancties tegen kolonisten en minister Smotrich
De escalatie op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem is voor een groeiende groep westerse landen de rode lijn gepasseerd. In een gecoördineerde diplomatieke actie hebben Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Noorwegen besloten om de Israëlische minister van Financiën, Bezalel Smotrich, officieel de toegang tot hun grondgebied te ontzeggen.
De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Jean-Noël Barrot, wees erop dat Smotrich openlijk pleit voor de annexatie van de Westelijke Jordaanoever en de kolonisatie van Gaza. Dit beleid is volgens Barrot volstrekt onaanvaardbaar voor de internationale gemeenschap.
Naast de minister zijn ook 4 leiders van radicale kolonistenorganisaties en 21 gewelddadige kolonisten die betrokken zijn bij aanvallen op Palestijnse burgers op de zwarte lijst gezet. Zij mogen Frankrijk en de overige partnerlanden niet meer in.
Juridische strijd: Humanitaire hulp aan de ketting
Naast de fysieke uitzettingen dreigt er nu ook een acute humanitaire blokkade door nieuwe Israëlische wetgeving. Het Israëlische Hooggerechtshof verwierp onlangs een beroep van internationale niet-gouvernementele organisaties (INGO's) tegen een omstreden registratiewet. Deze wet legt strenge administratieve en bureaucratische beperkingen op aan buitenlandse hulporganisaties.
Een brede coalitie van 22 landen, waaronder Nederland, België, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk, heeft samen met EU-commissaris Hadja Lahbib een brandbrief gestuurd naar de Israëlische regering. De landen waarschuwen dat de wet de overleving van Palestijnen in Gaza en de Westelijke Jordaanoever direct in gevaar brengt.
Internationale INGO's spelen een vitale rol bij de levering van basisvoorzieningen, waaronder schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen, medische zorg en voeding en onderwijs en ontmijningsoperaties.
De ondertekenaars benadrukken dat deze maatregel past binnen een breder patroon van doelbewuste obstructie, zoals beperkte openingstijden bij de grenzen en restricties op goederen die als 'dual-use' (voor zowel civiel als militair gebruik geschikt) worden bestempeld.
De boodschap van de internationale coalitie is onomwonden: "Humanitaire toegang is niet-onderhandelbaar." Israël wordt dringend verzocht de wet niet in deze vorm te handhaven en de veilige, ongehinderde doorgang van hulpgoederen te garanderen.


















