Volgens de nieuwe regels zal Fedasil geen opvang meer bieden aan personen die elders in de Europese Unie al internationale bescherming kregen. “Asiel draait om bescherming. Wie die bescherming al elders heeft, hoeft geen opvang meer in België te krijgen. Het asielshoppen moet stoppen,” verklaarde minister Van Bossuyt. Dossiers van deze groep worden voortaan versneld en systematisch als niet-ontvankelijk behandeld door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS).
De maatregel maakt deel uit van een reeks hervormingen die het federale parlement vorige maand goedkeurde. In 2024 waren ongeveer 15.000 van de bijna 40.000 asielaanvragen afkomstig van mensen die al bescherming hadden of een lopende aanvraag hadden in een andere EU-lidstaat. De minister noemt haar maatregelen “crisismaatregelen” om de druk op het Belgische opvangnetwerk te verlichten.
Naast de beperkingen voor erkende vluchtelingen uit andere EU-landen verdwijnt vanaf maandag ook het recht op opvang voor asielzoekers die een nieuwe aanvraag indienen via een minderjarig kind, zonder dat er nieuwe elementen zijn toegevoegd. Van Bossuyt stelt dat hiermee een einde wordt gemaakt aan “het inzetten van kinderen om procedures en opvang te rekken”.
Verder zal het ontbreken van opvang ook geen toegang meer geven tot het leefloon. Tot nu toe kon Fedasil in uitzonderlijke gevallen ondersteuning weigeren als de toegewezen opvangplek niet geschikt was, bijvoorbeeld voor kwetsbare personen. Volgens de Raad van State was dat enkel toelaatbaar indien toegang tot aangepaste opvang wél gegarandeerd bleef.
“Beleid ondermijnt menselijke waardigheid”
Vluchtelingenwerk Vlaanderen uit stevige kritiek op de nieuwe koers. “We vrezen een toename van dakloosheid,” waarschuwt beleidsmedewerker Thomas Willekens. Hij begrijpt het principe dat één lidstaat verantwoordelijk moet zijn voor een asielprocedure, maar wijst op de realiteit: “Mensen trekken verder omdat ze elders geen opvang krijgen, mishandeld worden of in armoede leven. Elk land schuift het probleem door, met onmenselijke omstandigheden tot gevolg.”
Volgens Willekens dreigen de maatregelen hun doel voorbij te schieten. “In plaats van de normen te verlagen, zou Europa ze moeten optrekken.” Hij stelt ook praktische vragen bij de uitvoering van het beleid: “Hoe lang zal het CGVS nodig hebben om informatie uit andere landen te verkrijgen? Die procedures zijn niet altijd transparant.”
Ook over de beperking van heraanvragen via minderjarige kinderen is Willekens kritisch. “Dat zijn slechts 1750 dossiers op een totaal van 35.000. Dit zal de werklast eerder verhogen dan verlagen. Het is een symbolische maatregel die mensen treft in kwetsbare situaties.”
De organisatie wijst erop dat de Raad van State zich kritisch heeft uitgelaten over alle onderdelen van het nieuwe pakket, maar dat de regering het advies naast zich neer heeft gelegd. “Dit is bijzonder ondoordacht beleid. De kans dat het standhoudt voor het Grondwettelijk Hof is klein,” besluit Willekens.






















