Vanmiddag heeft de Eerste Kamer definitief een reeks voorstellen verworpen die bedoeld waren om de instroom van asielzoekers te beteugelen. Het betrof een Asielnoodwet die onder andere kortere verblijfsvergunningen, regelmatiger herzieningen van tijdelijke vergunningen en strengere regels voor gezinshereniging zou hebben ingevoerd.
Een gerelateerd amendement had tot doel ervoor te zorgen dat het helpen van migranten zonder papieren niet als een misdrijf zou worden aangemerkt, waardoor de christelijke partijen CDA en SGP hun steun konden behouden.
Senatoren van de PVV, onder leiding van Alexander van Hattem, verzetten zich tegen dat amendement omdat zij alle hulp aan migranten zonder papieren strafbaar wilden stellen. Bijgevolg trokken het CDA en de SGP hun steun voor de gehele wetgeving in, waardoor het wetsvoorstel strandde.
‘Sabotage tegen de PVV’
D66 verzette zich bovendien tegen de asielbeperkingen, waardoor maatregelen uit het kabinetsonderzoek werden gedwarsboomd; critici stellen dat de partij haar eigen kabinet in verlegenheid heeft gebracht. Minister van Asiel Van den Brink sprak van politieke sabotage gericht tegen de PVV.
Het mislukken van de wetgeving betekent dat de geplande maatregelen – met uitzondering van het eerder vastgestelde duale statussysteem – niet doorgaan, wat volgens critici resulteert in een reactie op de instroom die ontoereikend wordt geacht.
De reacties binnen de coalitie lopen uiteen. Bepaalde oppositiepartijen beschouwen een eerste motie van wantrouwen tegen het kabinet als mislukt en waarschuwen voor mogelijke problemen binnen de coalitie; de coalitiepartijen willen verdere conflicten voorkomen en geven aan dat ze hoe dan ook snel een nieuw wetsvoorstel zullen indienen om maatregelen door te voeren.
Europese migratieovereenkomst
Een gunstige ontwikkeling voor het kabinet is dat de nieuwe Europese migratieovereenkomst in juni in werking treedt. De overeenkomst biedt een duidelijk kader voor de opvang, toewijzing en terugkeer van migranten in de Europese Unie, maar deskundigen waarschuwen dat de uitvoering ervan voor grotere uitdagingen zal zorgen.
Verwachte knelpunten zijn onder meer tegenstrijdige nationale prioriteiten, ontoereikende verwerkingscapaciteit bij grensovergangen en procedurele en juridische hindernissen die samenwerking in de weg staan. Voor Nederland betekent dit dat zelfs zonder nationale wetgeving Europese regelgeving en overeenkomsten nog steeds als kader kunnen dienen voor de behandeling van asielzoekers.
Het daadwerkelijke effect zal afhangen van de politieke inzet van de lidstaten en de investeringen in capaciteit en juridische waarborgen.












