Vier vooraanstaande mensenrechtenorganisaties hebben op dinsdag 11 augustus 2026 een rechtszaak aangespannen tegen de Amerikaanse regering van president Donald Trump bij de federale rechtbank in New York.
De eisers – de American Friends Service Committee, het Center for Constitutional Rights, Human Rights Watch en het Open Society Institute – eisen dat de strafmaatregelen tegen het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag en daaraan verbonden personen en organisaties onmiddellijk worden teruggedraaid.
De organisaties noemen het sanctieregime een illegale aanval op de internationale rechtsorde, de onafhankelijkheid van de rechtspraak en het principe van gelijke toegang tot het recht.
Aanleiding van het omstreden decreet
De rechtszaak richt zich tegen het decreet dat president Trump op 6 februari 2025 uitvaardigde. Dit decreet geeft de Amerikaanse overheid de bevoegdheid om sancties op te leggen aan rechters, aanklagers en medewerkers van het ICC, evenals aan degenen die het hof bijstaan in onderzoeken.
Washington stelde de sancties in nadat de ICC-aanklager in november 2024 arrestatiebevelen had uitgevaardigd tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en voormalig minister van Defensie Yoav Gallant. Zij worden door het strafhof verdacht van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Gaza, waaronder gerichte aanvallen op burgers en het inzetten van uithongering als strijdmiddel.
Het strafhof heeft momenteel achttien onderzoeken lopen naar ernstige misdrijven wereldwijd, waaronder in Palestina, Afghanistan, Sudan en Oekraïne.
Verlammende impact op mensenrechtenwerk
De Amerikaanse maatregelen – die bestaan uit visumbeperkingen, het bevriezen of sluiten van bankrekeningen en het ontzeggen van toegang tot digitale diensten – treffen niet alleen functionarissen van het Strafhof en VN-rapporteur Francesca Albanese, maar ook drie leidende Palestijnse mensenrechtenorganisaties, waaronder Al-Haq.
De gevolgen reiken echter verder tot de Amerikaanse mensenrechtenorganisaties zelf. Vanwege de dreiging van zware strafrechtelijke en financiële sancties – waaronder gevangenisstraffen tot twintig jaar en exorbitante boetes – zien de eisers zich gedwongen hun werkzaamheden voor het strafhof op te schorten.
Advocaten kunnen slachtoffers van oorlogsmisdaden niet langer vertegenwoordigen en samenwerkingsverbanden met Palestijnse partners op het gebied van juridische bijstand, onderzoek en humanitaire hulp zijn stilgelegd.
Grondwettelijke bezwaren
In de klacht, ingediend door advocatenkantoor Foley Hoag LLP in het Southern District van New York, stellen de eisers dat het decreet de grondwettelijke rechten op vrije meningsuiting, vereniging en godsdienstvrijheid schendt onder het Eerste en Vijfde Amendement van de Amerikaanse grondwet en de Religious Freedom Restoration Act.
Ook zou de president zijn bevoegdheden hebben overschreden door zich te baseren op een fictieve "nationale noodtoestand". Volgens de organisaties beschermen de sancties de daders van ernstige misdrijven tegen vervolging, wat haaks staat op het uitgangspunt dat niemand boven de wet staat.
Standpunt van Washington en escalatie
De Amerikaanse regering stelt daarentegen dat de strafzaak tegen de Israëlische leiders ongefundeerd is. Washington wijst er op dat noch de VS, noch Israël is aangesloten bij het Strafhof en stelt dat het ICC een gevaarlijk precedent schept voor (oud-)militairen en bestuurders door hen bloot te stellen aan willekeurige arrestatie en intimidatie.
De druk op het strafhof werd in de zomer van 2026 verder opgevoerd nadat minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio een campagne aankondigde om het ICC te "ontmantelen" door lidstaten onder druk te zetten het hof te verlaten.
De nieuwe rechtszaak volgt op eerdere juridische stappen van onder meer Democracy in the Arab World Now (DAWN), de Taxpayer Alliance Against Genocide en drie zittende ICC-rechters, alsmede op brede internationale kritiek van onder meer de Europese Unie en de Verenigde Naties.























