POLITIEK
3 min lezen
'Nationale urgentie': Noodplan en Gold Commander moeten Brusselse drugsoorlog stoppen
Met zware wapens op straat en beschoten politiekantoren staat het veiligheidsbeleid in de hoofdstad onder maximale druk. Zowel het Brusselse bestuur als de federale overheid kondigen een reeks ingrijpende noodmaatregelen aan.
'Nationale urgentie': Noodplan en Gold Commander moeten Brusselse drugsoorlog stoppen
Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (links) en Brussels minister-president Boris Dilliès (rechts)

Naar aanleiding van het escalerende drugsgeweld en de recente schietpartijen in Brussel hebben de Brusselse burgemeesters besloten om met onmiddellijke ingang één 'Gold Commander' aan te stellen. Michel Goovaerts, korpschef van de politiezone Brussel Hoofdstad-Elsene, neemt deze rol op zich om de zes Brusselse politiezones operationeel aan te sturen.

Eengemaakt commando en operationele versterking

De aanstelling van Goovaerts betekent niet dat de zes politiezones nu al fuseren – een proces dat pas voor 2028 gepland staat –, maar wel dat de gespecialiseerde diensten voortaan onder één centraal bevel opereren. Deze structuur geldt minstens tot het einde van het jaar en zal daarna worden geëvalueerd.

De capaciteit van de Special Assistance Units (SAU), die samen 170 medewerkers telt, en de K9-hondenteams wordt gezamenlijk ingezet om sneller te kunnen schakelen, voornamelijk 's avonds en 's nachts. Ook de INT-eenheid voor de handhaving van de openbare orde krijgt versterking. Hiervoor worden 140 vrijwilligers gezocht binnen de politiezones, zodat lokale interventieteams meer ruimte krijgen voor nachtelijke wijkpatrouilles.

Tegen oktober wordt de dispatching van alle Brusselse politiezones ondergebracht bij het gewestelijke veiligheidsorgaan Safe.brussels. Daarnaast wordt de dienst ARGOS, die instaat voor camera-analyse en nummerplaatherkenning, versterkt om 24 uur op 24 operationeel te zijn. Ook het Brusselse droneprogramma, dat sinds april 2025 loopt, zal ingezet worden bij veiligheidsoperaties en schietincidenten om de politie op het terrein te ondersteunen.

Federale reactie en nationale urgentie

Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) spreekt van een "situatie van nationale urgentie", mede doordat een politiecommissariaat onder vuur werd genomen en er oorlogswapens worden gebruikt. Hij wil het dossier op de agenda van de Nationale Veiligheidsraad krijgen.

De federale overheid zet een extra infanteriepeloton in, wat neerkomt op 40 extra politieagenten en 10 personen voor omkadering. Tevens wordt de Directie Speciale Eenheden (DSU) versterkt met bijzondere bijstandsteams, krijgt de federale gerechtelijke politie in Brussel structurele versterking en worden FIPA- en VIP-acties voortgezet.

Quintin stelt aanvullende federale maatregelen voor, zoals de uitbreiding van de inzet van militairen (die sinds april al patrouilleren aan treinstations), verplichte registratie van steps, meer detentiecapaciteit en gesloten jeugdinstellingen, en een kordate aanpak van illegaal verblijf en terugkeer.

Ook pleit hij voor een permanente commandopost om incidenten continu op te volgen, en vraagt hij lokale besturen om bestuurlijke handhaving in te zetten, waaronder samenscholingsverboden en het optreden tegen malafide handelszaken.

Preventie, opvang en middelen voor justitie

Naast politiële acties benadrukken de Brusselse burgemeesters het belang van preventie. De stad Brussel wil 450 extra opvangplaatsen creëren om te vermijden dat criminele netwerken kwetsbare mensen zonder verblijfsrecht rekruteren en uitbuiten.

De burgemeesters vragen de federale regering om 80 extra federale speurders en meer capaciteit in gesloten centra. Daarnaast eisen ze dat het Brussels Gewest de middelen voor gemeentelijke preventieplannen en verslavingszorg behoudt en versterkt.

Minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) herhaalde aan de vooravond van de Gewestelijke Veiligheidsraad eveneens haar eis voor bijkomende middelen voor justitie. Ze benadrukt dat er geen eenvoudige oplossingen zijn, maar dat een gezamenlijke aanpak over alle beleidsniveaus en bevoegdheidsdomeinen heen noodzakelijk is.