België telt ruim 700 AI-start-ups: sterke groei en productiviteit, maar winstgevendheid blijft uit
In tegenstelling tot de techreuzen die zich richten op hardware of het bouwen van enorme taalmodellen (zoals GPT), focussen Belgische start-ups zich voornamelijk op toepassingen.
België ontpopt zich steeds meer tot een broedplaats voor artificiële intelligentie. Uit een nieuwe studie van het Federaal Planbureau en de Universiteit Gent blijkt dat ons land 744 actieve AI-start-ups telt die werden opgericht tussen 2010 en 2023. Hoewel deze bedrijven uitblinken in omzetgroei en productiviteit, schrijven velen—en met name zij die gesteund worden door durfkapitaal—voorlopig nog rode cijfers.
De studie brengt de Belgische producenten van AI-toepassingen voor het eerst volledig in kaart. De onderzoekers identificeerden in totaal 1027 AI-gerelateerde bedrijven, waarvan er na een strikte selectie 744 overbleven die daadwerkelijk AI-goederen of -diensten produceren en na 2009 werden opgericht. De sector kende vooral tussen 2014 en 2020 een explosieve groei, met een piek van 86 nieuwe oprichtingen in 2019.
Gent als koploper in stedelijke clusters
De geografische spreiding van deze jonge bedrijven is opvallend ongelijk. AI-start-ups concentreren zich sterk in stedelijke centra, vaak in de directe nabijheid van universiteiten en onderzoeksinstellingen waar kennisdoorstroming cruciaal is.
Op gemeentelijk niveau is Gent de absolute koploper met 108 AI-bedrijven, goed voor ongeveer 15% van alle geïdentificeerde start-ups. Antwerpen volgt met 86 bedrijven. Hoewel het Brusselse gewest in totaal 124 start-ups telt, zijn deze verspreid over verschillende gemeenten. Leuven (53 start-ups) is het enige andere centrum met meer dan 50 spelers, gevolgd door steden als Hasselt, Luik en Louvain-la-Neuve.
Focus op automatisering en efficiëntie
In tegenstelling tot de techreuzen die zich richten op hardware of het bouwen van enorme taalmodellen (zoals GPT), focussen Belgische start-ups zich voornamelijk op toepassingen. De meest gebruikte technologieën zijn het automatiseren van workflows, beslissingsondersteuning en machinaal leren voor data-analyse. Ook generatieve AI voor tekst en spraak, zoals chatbots en vertaalsoftware, is populair.
Deze toepassingen vinden hun weg naar een breed scala aan sectoren. De detailhandel, gezondheidszorg, transport, verwerkende nijverheid en energiesector zijn de belangrijkste afnemers van Belgische AI-technologie.
De groeiparadox: Omzet versus Winst
De studie legt een duidelijke paradox bloot in de prestaties van de AI-sector. In vergelijking met andere start-ups groeien AI-bedrijven aanzienlijk sneller, zowel qua omzet als qua aantal werknemers. Ook hun productiviteit stijgt sneller dan die van niet-AI-starters.
De keerzijde van de medaille is de winstgevendheid. De gemiddelde rentabiliteit van AI-start-ups is duidelijk negatiever dan die van reguliere starters. Een groeiend deel van de sector is verlieslatend. Sterker nog: in de eerste jaren na oprichting nemen de verliezen vaak toe; pas vanaf het vijfde jaar is er doorgaans een lichte verbetering zichtbaar.
De rol van durfkapitaal
Een opvallende bevinding uit het onderzoek is de rol van durfkapitaal. AI-start-ups die gesteund worden door durfkapitaal (venture capital) zijn gemiddeld minder winstgevend dan zij die het zonder moeten stellen.
Bij de kleine groep van "uitzonderlijk succesvolle" start-ups—bedrijven die én veel omzet draaien, én veel personeel hebben, én zeer winstgevend zijn—zijn AI-bedrijven zonder durfkapitaal oververtegenwoordigd. Bedrijven mét durfkapitaal zijn in deze toplaag juist ondervertegenwoordigd.
Dit betekent niet noodzakelijk dat het durfkapitaalmodel faalt. Deze bedrijven zijn gemiddeld jonger en hebben een hoger risicoprofiel omdat ze vaak sterker inzetten op innovatie. Ze hebben meer tijd en kapitaal nodig om hun technologie te ontwikkelen voordat ze winstgevend kunnen worden. Wel blijken AI-starters, waarschijnlijk door de grote onzekerheid in de sector, vaker aangewezen op financiering via eigen vermogen dan op bankleningen.
Spin-offs en patenten
De band met de academische wereld blijft onmiskenbaar. Er werden 38 specifieke universitaire spin-offs geïdentificeerd. Deze spin-offs beschikken gemiddeld over meer eigen vermogen en patenten dan andere starters. In totaal bezit slechts 7,5% van de Belgische AI-starters een patent bij het Europees of Amerikaans octrooibureau, al loopt dit op tot 13,2% bij de academische spin-offs.
Samenvattend toont de studie een dynamische, snelgroeiende sector die een belangrijke motor voor werkgelegenheid en productiviteit kan zijn, maar waar het vinden van een duurzaam, winstgevend bedrijfsmodel voor velen nog een uitdaging vormt.