Het Amerikaanse concern Cummins trekt de stekker uit de productie van elektrolyse-installaties bij de vestiging in Oevel (Westerlo). Door een wereldwijde strategische wijziging verdwijnen er dit jaar opnieuw 100 arbeidsplaatsen. Vakbonden vrezen dat dit het begin van het einde is voor de pionier in waterstoftechnologie.
De neergang bij Cummins Hydrogenics in de Kempen zet onverminderd door. Nadat vorig jaar al 100 banen verloren gingen door de verhuizing van productieactiviteiten naar Spanje, heeft de directie nu aangekondigd dat er nog eens 100 functies worden geschrapt. De ingreep volgt op het besluit van moederbedrijf Cummins om de wereldwijde verkoop van elektrolysers via de waterstofdivisie Accelera volledig stop te zetten.
Van groeimotor naar herstructurering
De fabriek in Oevel, voorheen bekend als Hydrogenics, geldt al een kwart eeuw als een boegbeeld van de Belgische waterstofsector. Amper vier jaar geleden investeerde Cummins nog tientallen miljoenen euro’s in de site, gedreven door de verwachting dat de markt voor groene waterstof explosief zou groeien. Die hoop is inmiddels vervlogen. Hoge productiekosten en een trager dan verwachte vraag vanuit de industrie hebben de markt doen stagneren.
In de praktijk betekent dit dat de productie in Oevel volledig wordt gestaakt. Er blijven naar verwachting slechts 60 tot 80 werknemers over. Deze groep zal zich uitsluitend bezighouden met de after-sales service, het in dienst stellen van reeds verkochte installaties en het onderhoud bij bestaande klanten.
Vakbonden vrezen totale sluiting
Hoewel een volledige sluiting op dit moment nog niet officieel op de agenda staat, zijn de vakbonden pessimistisch. "De kans op een totale sluiting over enkele jaren is reëel", stelt Mario Lenaerts (ACV-CSC METEA). De bonden zijn momenteel in overleg om het bestaande sociaal plan, dat tot 2027 loopt, te verlengen tot 2030 om de resterende werknemers meer zekerheid te bieden.
De malaise beperkt zich overigens niet tot Oevel. Ook de pas geopende fabriek van Cummins in het Spaanse Guadalajara stopt met de productie. De totale operatie levert het Amerikaanse concern een kostenpost op van 458 miljoen dollar aan afschrijvingen en verbrekingsvergoedingen.
Een bredere sectorcrisis
De situatie in de Kempen staat symbool voor de bredere problemen in de Belgische waterstofsector. Ondanks de ambitie van de overheid om van België een waterstofhub te maken, kampen meer spelers met tegenwind:
Bekaert schrapte banen in de productie van elektrolyse-componenten in Wetteren.
Agfa-Gevaert ziet de verkoop van speciale membranen voor elektrolysers achterblijven.
John Cockerill moest vorig jaar vers kapitaal ophalen om zijn waterstofdivisie overeind te houden.
Terwijl groene waterstof cruciaal blijft voor het verduurzamen van de zware industrie en scheepvaart, blijkt de weg naar commerciële rendabiliteit voorlopig een stuk hobbeliger dan de sector enkele jaren geleden voorspelde.







