Belgische ministers naar Estland in strijd tegen overbevolking gevangenissen

Aangezien ongeveer één op de drie gedetineerden geen verblijfsrecht heeft in België, ziet de regering in buitenlandse detentie een cruciale ontlastingsklep. Na eerdere verkennende bezoeken aan Kosovo en Albanië richt de focus zich nu op Estland.

By
ARCHIEFFOTO - Een groot vraagteken blijft wat er gebeurt zodra de straf in Estland is uitgezeten. I / AFP

In een ultieme poging om de acute crisis in de Belgische gevangenissen te bezweren, zijn minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) en minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) op een tweedaagse missie naar Estland. De regering onderzoekt of het mogelijk is om gevangeniscapaciteit te huren in de Baltische staat voor gedetineerden zonder wettig verblijf.

De cijfers liegen niet: de druk op het Belgische gevangeniswezen bereikt een kookpunt. Met ongeveer 13.500 gedetineerden voor slechts 11.000 plaatsen slapen momenteel bijna 600 gevangenen op een matras op de grond. Aangezien ongeveer één op de drie gedetineerden geen verblijfsrecht heeft in België, ziet de regering in buitenlandse detentie een cruciale ontlastingsklep.

Estland als digitale koploper

Na eerdere verkennende bezoeken aan Kosovo en Albanië – waarvan de plannen momenteel technisch worden uitgewerkt – richt de focus zich nu op Estland. Volgens een rapport van Cedoca (het studiebureau van het CGVS) is Estland een solide rechtsstaat die de mensenrechten strikt naleeft. Bovendien staat het land bekend om zijn verregaande digitalisering van justitie en heeft het al een soortgelijke overeenkomst met Zweden gesloten.

Minister Van Bossuyt benadrukt het strategische belang: "Wie illegaal in ons land verblijft en misdaden pleegt, heeft hier geen toekomst. Terugkeer is de eerste keuze, maar als dat niet lukt, is detentie buiten België een waardevol alternatief dat bovendien ontradend werkt."

Kritiek en praktische bezwaren

Ondanks het politieke enthousiasme klinkt er felle kritiek vanuit de toezichthoudende organen. De Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen (CTRG) waarschuwt voor de praktische onhaalbaarheid en mogelijke schendingen van de mensenrechten.

De bezwaren concentreren zich op enkele kernpunten:

  • Recht op bezoek: Veel gedetineerden hebben familie of kinderen in België.
  • Juridische bijstand: Face-to-face overleg met advocaten is essentieel, zeker voor de grote groep die nog in voorhechtenis zit of een asielprocedure heeft lopen.
  • Logistiek: De ervaring met de Nederlandse gevangenis in Tilburg (2010-2016) leerde dat zelfs een kortere afstand al grote organisatorische problemen met zich meebrengt.

Onduidelijkheid over de 'aftercare'

Een groot vraagteken blijft wat er gebeurt zodra de straf in Estland is uitgezeten. In de Zweeds-Estse deal worden gevangenen een maand voor hun vrijlating teruggebracht naar Zweden. Voor België is het onduidelijk of ex-gedetineerden terugkeren naar onze (overvolle) gevangenissen, naar een gesloten terugkeercentrum, of dat zij direct vanuit Estland worden gerepatrieerd.

Terwijl de federale regering vorige week wel een akkoord bereikte over een plan voor geïnterneerden met een psychische aandoening, blijft een globaal plan tegen de overbevolking uit. Voorlopig zet de regering haar kaarten op de internationale piste, in de hoop dat de Estse cellen de broodnodige ademruimte zullen bieden.