De Europese Commissie heeft een ingrijpend wetsvoorstel gepresenteerd om de regels voor Europese overheidsaanbestedingen te herzien. Met dit plan wil Brussel dat overheden en semi-overheidsinstellingen—zoals ministeries, gemeenten, ziekenhuizen en onderwijsinstellingen—bij hun uitgaven minder kijken naar de laagste prijs en meer naar kwaliteit, duurzaamheid en innovatie.
Aangezien publieke aanbestedingen in de EU jaarlijks circa 2,5 tot 2,6 biljoen euro bedragen (ongeveer 15 procent van het bruto binnenlands product), kan deze regelgeving een grote impact hebben op de Europese economie en strategische onafhankelijkheid.
Kwaliteitseisen
Waar publieke opdrachtgevers momenteel nog vaak automatisch voor de goedkoopste aanbieder kiezen, stelt de Europese Commissie voor dat minimaal 30 procent van de voorwaarden bij een aanbesteding over kwaliteit moet gaan. Voor opdrachten waarbij meer dan de helft van de kosten naar arbeidskrachten gaat, zoals bij schoonmaakdiensten, geldt zelfs een ondergrens van 50 procent.
Dit kan betrekking hebben op criteria zoals duurzaamheid, arbeidsomstandigheden of dierenwelzijn—denk aan nieuwe schooltafels van gerecycled materiaal of biologische ziekenhuismaaltijden. Eurocommissaris Stéphane Séjourné (Welvaart en Industriële Strategie) benadrukt dat overheidsgeld gezamenlijke doelen moet dienen en niet alleen om de laagste prijs mag draaien.
Concurrentie met China
Achter het wetsvoorstel schuilt een duidelijke geopolitieke strategie. De EU wil tegenwicht bieden aan de concurrentie uit China, waarvan de industrie door staatssteun vaak goedkoper kan produceren. De nieuwe regels verplichten overheden niet om uitsluitend Europese goederen of diensten te kopen, maar maken het wel makkelijker om goedkope Chinese aanbiedingen terzijde te schuiven.
Strenge eisen op het gebied van bijvoorbeeld arbeidsvoorwaarden zullen vaak in het voordeel van Europese bedrijven uitvallen. Séjourné erkent overigens dat Chinese producten qua duurzaamheid soms beter zijn, wat betekent dat de EU eigen bedrijven moet ondersteunen om diezelfde kwaliteit te behalen.
Met de nieuwe wetgeving ligt de keuze nadrukkelijk bij de lokale overheden zelf: als zij alsnog voor een goedkope optie van buiten de EU kiezen, valt dat Brussel niet meer te verwijten.
Veiligheidsrisico's
Naast kwaliteitscriteria biedt de herziene wetgeving expliciete handvatten om buitenlandse partijen te weren op basis van veiligheid. Opdrachtgevers mogen risico's meewegen op het gebied van kritische infrastructuur, cyberveiligheid, gevoelige informatie en overmatige invloed uit derde landen. Bovendien krijgen overheden het recht om aanbiedingen te weigeren uit landen waarmee de EU geen specifieke afspraken heeft gemaakt over aanbestedingen.
Minder administratie en vervolgstappen
Naast de strategische doelstellingen is het voorstel gericht op het vereenvoudigen van de procedure. De Commissie verwacht dat de versoepelde regels een besparing opleveren van zo'n 649 tot 650 miljoen euro aan jaarlijkse administratieve kosten, terwijl het grensoverschrijdende investeringen binnen de EU moet stimuleren. Het wetsvoorstel is voorgelegd aan het Europees Parlement en de EU-lidstaten. Zij kunnen nu aanpassingen voorstellen, waarna de onderhandelingen over de definitieve tekst van start gaan.



















