België behoort tot de Europese landen waar nog steeds regelmatig niet-ontplofte munitie uit de twee wereldoorlogen wordt aangetroffen.
In de regio Luik, waar de brand na een week onder controle werd gebracht, zijn in de getroffen gebieden nog steeds af en toe explosies te horen, en hulpdiensten moeten hun werkzaamheden aanpassen aan de dreiging die uitgaat van de oude munitie.
De Belgische Dienst voor de Onschadelijkmaking van Explosieven (DOVO), die onder het Belgische Ministerie van Defensie valt, meldt dat het in het hele land gemiddeld 10 meldingen per dag ontvangt, 7 dagen per week, waarvan de meeste betrekking hebben op historische munitie uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog.
‘Wijdverspreide aanwezigheid’
DOVO-teams maken jaarlijks gemiddeld meer dan 200 ton munitie onschadelijk.
Vooral in het westen van het land, in regio’s waar tijdens de Eerste Wereldoorlog hevig werd gevochten, stuiten boeren tijdens hun landbouwwerkzaamheden nog steeds op bommen, artilleriegranaten en andere achtergebleven munitie. Dit wordt in de regio ‘ijzeroogst’ genoemd.
Door de wijdverspreide aanwezigheid van munitie uit beide wereldoorlogen in België vormen explosieven die vrijkomen bij recente branden een extra veiligheidsrisico voor zowel bewoners als brandweerlieden.
Grootste bosbrand ooit geregistreerd in België
De brand, die op 14 augustus uitbrak in de Hoge Venen, een van de grootste en oudste natuurreservaten in de provincie Luik, werd op de zevende dag onder controle gebracht.
De brand, die ongeveer 3.000 hectare verwoestte en waar de bluswerkzaamheden nog steeds aan de gang zijn, is geregistreerd als de “grootste bosbrand“ in België.






















