Hoewel de inkomensongelijkheid in België relatief beperkt blijft, kampt bijna 15 procent van de kinderen met armoede. Een nieuw rapport van UNICEF’s onderzoekscentrum Innocenti werpt een kritisch licht op de kloof in onderwijskansen en het algemene welzijn van de jeugd in hooginkomenslanden.
Inkomenskloof en de impact op de jeugd
Volgens de meest recente cijfers leeft 14,4% van de Belgische kinderen in een huishouden met een inkomen dat lager ligt dan 60% van het nationale mediaaninkomen. Hiermee bezet België de elfde plaats in een vergelijking tussen 41 welvarende landen.
UNICEF benadrukt dat deze economische achterstand niet enkel een financiële kwestie is, maar direct gelinkt kan worden aan zwakkere onderwijsprestaties en een minder goede fysieke gezondheid bij kinderen.
Gezondheid en onderwijs: een contrastrijk beeld
Op het gebied van fysieke gezondheid scoort België met een zevende plaats relatief goed, mede dankzij een laag kindersterftecijfer. Toch is er reden tot zorg: ongeveer één op de vijf kinderen in België kampt met overgewicht.
De grootste uitdaging ligt echter bij de ongelijkheid in het onderwijs. De cijfers tonen een scherp contrast aan tussen verschillende inkomensgroepen:
Van de kinderen uit gezinnen met een hoog inkomen behaalt 91% de basisvaardigheden voor lezen en rekenen.
Bij kinderen uit de laagste inkomenscategorie zakt dit percentage naar slechts 45%.
Welzijn en mentale gezondheid
Op andere welzijnsindicatoren blijft België achter. Zo staat het land op de 24ste plaats wat betreft het aantal zelfdodingen bij jongeren. Opvallend is dat België dit jaar niet werd opgenomen in de algemene ranglijst, omdat er onvoldoende gegevens beschikbaar waren over de mentale gezondheid van de jeugd.
Ter vergelijking: Nederland, Denemarken en Frankrijk voeren de internationale lijst aan als landen waar het kinderwelzijn het hoogst scoort.
Beleidsaanbevelingen voor de toekomst
Naar aanleiding van deze bevindingen dringt UNICEF België bij de overheid aan op een krachtig en gecoördineerd antwoord. De organisatie benadrukt dat het essentieel is om bestaande steunmaatregelen voor kinderen te vrijwaren en het minimumloon op te trekken om gezinnen meer financiële stabiliteit te bieden.
Daarnaast wordt er gepleit voor een structurele aanpak om de ongelijkheid in het onderwijs weg te werken en de toegang tot sociale huisvesting aanzienlijk te verbeteren. Naast deze sociaaleconomische ingrepen is er volgens de organisatie ook nood aan een kindvriendelijke herinrichting van kwetsbare wijken en een diepere dialoog met gezinnen om de cirkel van generatiearmoede definitief te doorbreken.












