Ruim 145 landen zijn het eens geworden over een ingrijpende wijziging van het internationale belastingakkoord uit 2021. Hoewel de afspraak overeind blijft dat multinationals wereldwijd minimaal 15 procent winstbelasting moeten betalen, hebben de Verenigde Staten een cruciale uitzonderingspositie bedongen. De regering-Trump dwong deze aanpassing af door te dreigen met handelsvergeldingen.
De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) maakte maandag bekend dat de nieuwe afspraken zijn gefinaliseerd. Het akkoord geldt voor multinationals met een wereldwijde omzet van minstens 750 miljoen euro. Het doel van de oorspronkelijke regeling was om belastingparadijzen buitenspel te zetten en een "race naar de bodem" qua belastingtarieven te stoppen.
Amerikaanse soevereiniteit
De wijziging betekent dat Amerikaanse multinationals worden vrijgesteld van bepaalde buitenlandse belastingheffingen. Volgens de oorspronkelijke regels zouden andere landen extra belasting mogen heffen bij een buitenlands bedrijf als dat bedrijf in het thuisland te weinig belasting betaalt (minder dan 15 procent). Door de nieuwe deal wordt het andere landen echter effectief verboden om deze extra heffingen op te leggen aan dochterondernemingen van Amerikaanse bedrijven.
De Amerikaanse minister van Financiën, Scott Bessent, noemt de deal een "historische overwinning voor het behoud van de Amerikaanse soevereiniteit". Volgens hem beschermt de regeling Amerikaanse bedrijven en werknemers tegen "buitenlandse inmenging". Republikeinse leiders in het Congres spreken van het terugdraaien van de "eenzijdige overgave" van de vorige regering-Biden.
Dreigement met 'wraaktaks'
De concessie van de andere OESO-landen komt niet uit de lucht vallen. De regering-Trump had gedreigd met forse importtarieven en een zogeheten "wraaktaks" (revenge tax) voor landen die Amerikaanse bedrijven extra zouden belasten. Om een handelsoorlog te voorkomen en de Republikeinen in het Congres te bewegen deze wraaktaks van tafel te halen, zijn de andere landen akkoord gegaan met de Amerikaanse uitzondering.
De VS stelt dat hun bedrijven via binnenlandse regels al voldoende worden belast, hoewel critici en belastingorganisaties zoals de Fact Coalition waarschuwen dat grote Amerikaanse techbedrijven nu alsnog winsten kunnen blijven parkeren in belastingparadijzen zonder dat andere landen kunnen ingrijpen.
Van 'deal van de eeuw' naar gatenkaas
Het akkoord uit 2021 werd destijds door de Franse minister Le Maire en de toenmalige Amerikaanse minister Yellen nog bestempeld als de "deal van de eeuw". Het moest een einde maken aan belastingontwijking die landen jaarlijks honderden miljarden euro's kostte.
Met de recente aanpassingen en de Amerikaanse uitzondering lijkt de effectiviteit van de maatregel echter flink afgezwakt. Critici spreken van een gemiste kans na bijna tien jaar onderhandelen. "Deze deal riskeert tien jaar vooruitgang teniet te doen, alleen maar om de grootste Amerikaanse bedrijven toe te staan winsten in belastingparadijzen te stallen," aldus Zorka Milin van de Fact Coalition.
Creatief boekhouden met subsidies
De Amerikaanse uitzondering is niet de enige manier waarop de minimumbelasting wordt ondermijnd. Al in 2024 waarschuwden ambtenaren van het Nederlandse ministerie van Financiën voor creatieve routes die landen als Singapore, Zwitserland en Bermuda — en mogelijk Nederland zelf — gebruiken om multinationals te paaien.
Omdat het direct verlagen van belastingtarieven onder de 15 procent niet meer mag, kiezen landen voor het uitdelen van subsidies via de belastingen, de zogeheten 'restitueerbare belastingtegoeden' (qualified refundable tax credits).
Het werkt als volgt: een bedrijf betaalt op papier netjes 20 procent belasting over de winst, maar krijgt vervolgens datzelfde bedrag direct terug van de overheid als 'tegoed'. Hierdoor voldoet het bedrijf formeel aan de eis van de minimumbelasting, terwijl het per saldo nauwelijks iets betaalt. Hoewel dit technisch is toegestaan volgens de regels, noemen fiscalisten dit een weeffout die vooral nadelig is voor ontwikkelingslanden, die geen geld hebben om dergelijke gulle tegoeden uit te keren.
Of Nederland deze methode daadwerkelijk grootschalig gaat inzetten om het vestigingsklimaat te beschermen, was in 2024 nog onderwerp van politiek debat en afhankelijk van de kabinetsformatie.









