Protesten van middelbare scholieren tegen onderwijshervormingen, overvolle klassen en bezuinigingen houden Frankrijk en Franstalig België al enige tijd in hun greep. Waar de beweging medio september begon in de regio rond Parijs (Île-de-France), hebben de demonstraties zich inmiddels verspreid over beide landen. De acties gaan op verschillende plaatsen gepaard met rellen, vernielingen, blokkades en een groot aantal arrestaties.
Escalerende spanningen en blokkades in Franstalig België
In Wallonië richten de protesten zich voornamelijk tegen het bezuinigings- en hervormingsbeleid van de regering van de Franse Gemeenschap (de Federatie Wallonië-Brussel).
Scholieren eisen onder meer kleinere klassen, het aanstellen van voldoende leerkrachten, meer betrokkenheid van ouders en leerlingen bij de besluitvorming, en toegankelijk onderwijs voor iedereen. Op de Albert I-brug in Luik ontvouwden demonstranten tevens een spandoek tegen een inschrijvingsgeld van 1200 euro.
In Luik verhardde de situatie op maandag. De lokale politie verrichtte er zestien administratieve aanhoudingen. Uit voorzorg sloten winkels in het centrum hun deuren terwijl demonstranten door de stad trokken, onder meer in de omgeving van het station Luik-Guillemins. Bij diverse scholen verzamelden zich honderden jongeren:
Bij het Saint-Barthélemy-instituut werden vuurwerk en eieren gegooid, hoewel de lessen doorgingen.
Bij de middelbare school Léonie de Waha barricadeerden leerlingen de ingang met vuilnisbakken, waarbij directeur Rudi Creeten liet weten dat de veiligheid gewaarborgd bleef.
Acties bij de school Liège-Atlas leidden tot verkeershinder op de Quai Saint-Léonard in beide richtingen.
Bij Saint-Benoît-Saint-Servais was een grote politiemacht met helmen en voertuigen aanwezig.
Bij het Saint-Michel-instituut probeerden betogers de rolluiken te vernielen, wat leidde tot twee aanhoudingen.
Tijdens de acties in Luik trof de politie in de tassen van sommige demonstranten lege glazen flessen en stukken stof aan die gebruikt zouden kunnen worden voor molotovcocktails, al werden er geen brandbare vloeistoffen gevonden. In de nabijgelegen plaatsen Herstal en Chênée werden scooters in brand gestoken, en bij de IPES-school in Herstal blokkeerden circa twintig leerlingen de toegang.
De onrust verspreidde zich tevens naar andere steden. In Mons marcheerden ongeveer honderd jongeren door het centrum. Nabij de Ursulinen-school werden een elektrische fiets en afval in brand gestoken, waarna de brandweer ingreep en de politie meerdere personen aanhield.
Ook in Charleroi liep de spanning op bij de Cité des Métiers, waar vuurwerk werd afgestoken en een afvalcontainer in brand werd gestoken. Vanwege de incidenten moesten verschillende scholen in het gemeentelijk en onafhankelijk onderwijsnetwerk tijdelijk de deuren sluiten.
Grootschalige ontregeling van het Franse onderwijs
In Frankrijk duurt het scholierenprotest eveneens voort. Leerlingen demonstreren er tegen lerarentekorten, hoge werkdruk, overvolle klassen, een gebrek aan middelen en verwaarloosde schoolgebouwen.
Volgens de Franse minister van Onderwijs Édouard Geffray neemt de omvang van de acties licht af ten opzichte van de pieken van vorige week — met 589 getroffen onderwijsinstellingen op maandag, vergeleken met 610 op donderdag en 564 op vrijdag. Maandagochtend ondervonden volgens het ministerie 413 van de 3700 middelbare scholen hinder. In de regio Île-de-France bleven naar verwachting meer dan 160 scholen gesloten.
In de hoofdstad Parijs leidden acties tot gevaarlijke situaties. Bij de middelbare school Vauquelin braken maandagochtend rond 07:50 uur drie brandjes uit bij de ingang. Personeel en leerlingen werden binnenshuis opgesloten totdat de brandweer het vuur kon blussen, waarna ongeveer honderd leerlingen werden geëvacueerd. Elders in Parijs werd de Turgot-school al vroeg geblokkeerd met vuilnisbakken, hekken en borden.
Ook buiten de hoofdstad vonden ernstige incidenten plaats. In Lens raakte een 15-jarige scholier zwaar gewond aan zijn hand nadat hij een politiegranaat opraapte. In Aix-en-Provence werd een 17-jarige leerling in hechtenis genomen voor het gooien van een steen die een voorbijganger in het oog raakte.
Talloze gewonden en politieke verdeeldheid
De menselijke en materiële tol van de Franse protesten is aanzienlijk. Volgens minister Geffray zijn sinds midden september 190 leerlingen gewond geraakt door ongelukken of door toedoen van raddraaiers die vuurwerkmortieren inzette.
Een rechterlijke bron meldde aan nieuwszender BFMTV dat er in totaal al 5060 personen zijn aangehouden, van wie 87 procent minderjarig is. Daarnaast zijn 24 scholen in brand gestoken of geplunderd. Aan de kant van de overheid raakten 78 medewerkers van het ministerie van Onderwijs en circa 600 agenten en gendarmes gewond.
De gebeurtenissen zorgen voor een fel politiek debat in Frankrijk. Oppositieleider Jean-Luc Mélenchon (La France Insoumise) noemde de demonstraties de krachtigste jeugdbeweging sinds mei 1968. Aan de rechterzijde pleitte Bruno Retailleau (Les Républicains) voor het verlagen van de leeftijd voor strafrechtelijke aansprakelijkheid naar 15 jaar.
Tegelijkertijd uitte de Franse Mensenrechtenliga kritiek op het optreden van de politie en beschuldigde de ordehandhavers ervan buiten de grenzen van de rechtsstaat te treden. Er zijn inmiddels vijf onderzoeken geopend door de IGPN, de inspectiedienst van de Franse politie. Premier Sébastien Lecornu probeert de crisis te bezweren met een vijftal voorstellen en streeft naar een besluit voor het einde van oktober.























