WERELD
3 min lezen
Onderzoek: Minstens 120 doden bij Belgische politie-interventies sinds 2010
De analyse van de verzamelde data (over de periode 2010-2026) schetst een somber beeld. Van de minstens 120 dodelijke slachtoffers waren er zes minderjarig, variërend in leeftijd van 2 tot 17 jaar.
Onderzoek: Minstens 120 doden bij Belgische politie-interventies sinds 2010
ARCHIEFFOTO - Bijna de helft van de slachtoffers (45%) overleed ter plaatse of tijdens de arrestatie, terwijl 17 procent stierf in detentie. / BELGA
2 uur geleden

Sinds 2010 zijn in België minstens 120 mensen om het leven gekomen tijdens of kort na een politie-interventie. Dat blijkt uit een grootschalig gezamenlijk onderzoek van de redacties van Knack, Le Vif, De Tijd en L'Echo. Het cijfer, dat voor het eerst in kaart is gebracht, is volgens de onderzoekers waarschijnlijk nog een onderschatting.

Namen als Jonathan Jacob, Jozef Chovanec, de peuter Mawda en de 11-jarige Fabian haalden de afgelopen jaren het nationale nieuws, maar een officieel totaaloverzicht van dergelijke incidenten ontbrak tot nu toe volledig. Omdat geen enkele overheidsinstantie deze cijfers centraal bijhoudt, stelden onderzoeksjournalisten zelf een databank samen op basis van krantenarchieven. De gegevens werden vervolgens getoetst bij parketten, advocaten en nabestaanden.

Cijfers en omstandigheden

De analyse van de verzamelde data (over de periode 2010-2026) schetst een somber beeld. Van de minstens 120 dodelijke slachtoffers waren er zes minderjarig, variërend in leeftijd van 2 tot 17 jaar. In 90 procent van de gevallen ging het om mannen, waarbij de helft van de betrokkenen tussen de 21 en 40 jaar oud was.

De doodsoorzaken zijn uiteenlopend:

  • Vuurwapens: In 46 procent van de gevallen werd het slachtoffer neergeschoten.

  • Verkeer: Elf personen werden aangereden door een politievoertuig.

  • Medisch: Acht personen kregen een hartstilstand tijdens of vlak na de interventie.

Bijna de helft van de slachtoffers (45%) overleed ter plaatse of tijdens de arrestatie, terwijl 17 procent stierf in detentie. In ongeveer 40 procent van de dossiers was er sprake van een gewapende confrontatie, wat in veel gevallen wijst op wettelijke zelfverdediging door de politie. Desondanks roepen tal van andere zaken vragen op over de verantwoordelijkheid en het optreden van de betrokken agenten.

Gebrek aan transparantie en opleiding

Experts uiten scherpe kritiek op het feit dat journalisten dit onderzoek zelf moesten uitvoeren. Volgens criminologe Sofie De Kimpe is er sprake van een dieperliggend probleem in de Belgische politiecultuur. "De politie ziet transparantie vaak als een bedreiging en een bron van kritiek, in plaats van een kans om de werking te verbeteren," aldus De Kimpe. Zij vraagt zich af hoe er effectief beleid gevoerd kan worden als de nodige data ontbreken.

Een ander opvallend punt uit het onderzoek is dat 20 tot 30 procent van de slachtoffers kampte met een psychische kwetsbaarheid. Er is volgens de onderzoekers nog te weinig aandacht in de politieopleiding voor het omgaan met mensen in een psychose, wat in complexe situaties fatale gevolgen kan hebben.

Politiek en politietop reageren

Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) benadrukt dat elk incident systematisch wordt onderzocht en dat er waar nodig tuchtrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen volgen. Hij wijst op lopende initiatieven om procedures rond achtervolgingen te herzien en de training van agenten continu bij te sturen. "Ik wil een politie die respectvol is en gerespecteerd wordt," aldus de minister.

Commissaris-generaal Eric Snoeck van de federale politie noemt de sterfgevallen "menselijke drama's" en een mislukking van de opdracht om burgers te beschermen. Hoewel hij toegeeft dat de cijfers geanalyseerd moeten worden en elk overlijden er één te veel is, merkt hij ook op dat het aantal agenten dat jaarlijks tijdens de dienst overlijdt eveneens te hoog ligt. Snoeck pleit voor een nog betere uitrusting en opleiding om agenten voor te bereiden op de steeds complexere realiteit op het terrein.