CULTUUR
3 min lezen
Mogelijke resten van kampement overlevenden VOC-schip Vergulde Draeck ontdekt in Australië
De ontdekking kwam aan het licht nadat een voorbijganger vorig jaar toevallig stuitte op historische voorwerpen in het gebied, zo’n honderd kilometer ten noorden van de huidige stad Perth.
Mogelijke resten van kampement overlevenden VOC-schip Vergulde Draeck ontdekt in Australië
ARCHIEFFOTO - Om de vindplaats te waarborgen, heeft de staat West-Australië het gebied officieel als erfgoed aangemerkt.
24 november 2025

Australische archeologen hebben waarschijnlijk de locatie gevonden waar overlevenden van het in 1656 vergane VOC-schip Vergulde Draeck zich vestigden. De vondst, gedaan aan de kust van West-Australië, wordt gezien als een doorbraak in een eeuwenoud mysterie rondom het lot van de bemanning. De vindplaats heeft met onmiddellijke ingang een beschermde status gekregen.

De ontdekking kwam aan het licht nadat een voorbijganger vorig jaar toevallig stuitte op historische voorwerpen in het gebied, zo’n honderd kilometer ten noorden van de huidige stad Perth. De vondsten, waaronder een passer, koperen sluitingen, stukken aardewerk en een vislood, werden overgedragen aan het Western Australian Museum. Na analyse bleek dat deze objecten overeenkomen met artefacten die eerder in het wrak van de Vergulde Draeck zijn aangetroffen.

Bij vervolgonderzoek op de locatie vonden archeologen van het museum nog meer sporen, waaronder een nog intacte pijp. Volgens de onderzoekers wijst alles erop dat dit de plek is waar de overlevenden hun kamp hadden opgeslagen in afwachting van redding.

Een noodlottige reis

De Vergulde Draeck, een jacht van ruim veertig meter lang, was eind 1655 vanuit Texel vertrokken naar Batavia (het huidige Jakarta) met een lading zilver en handelswaar. Op 28 april 1656 liep het schip, vermoedelijk door een navigatiefout, op een rif nabij het huidige Ledge Point.

Van de 193 opvarenden wisten ongeveer 75 mensen het Australische vasteland te bereiken. Schipper Pieter Albertszoon besloot met een klein groepje van zeven man in een reddingsboot naar Batavia te varen om hulp te halen. Na een tocht van veertig dagen kwamen ze daar aan en sloegen alarm. De overige 68 bemanningsleden bleven achter op de Australische kust.

In de jaren daarna (1656-1658) werden diverse reddingsmissies op touw gezet. Hoewel de reddingsschepen het gebied bereikten, werd van de achterblijvers nooit meer een spoor vernomen. Hun lot is tot op de dag van vandaag onbekend.

Gedeelde geschiedenis beschermen

Het wrak van het schip zelf werd al in 1963 ontdekt door speervissers, wat destijds leidde tot de eerste wetgeving ter wereld voor de bescherming van historische scheepswrakken. De recente ontdekking van het mogelijke kampement aan wal voegt een nieuw hoofdstuk toe aan deze geschiedenis.

Om de vindplaats te waarborgen, heeft de staat West-Australië het gebied officieel als erfgoed aangemerkt. Dit betekent dat het verboden is om er met metaaldetectoren te zoeken of de grond te verstoren; overtreders kunnen worden vervolgd.

Alec Coles, directeur van het museum van West-Australië, benadrukt het belang van de vondst: "Zulke plekken vertellen ons veel over het lot van de mensen die deze vroege scheepsrampen overleefden." Simone McGurk, minister van Erfgoed, voegt daaraan toe dat de bescherming essentieel is om "een onvervangbaar deel van onze gedeelde geschiedenis te behouden voor toekomstige generaties." De gevonden objecten zullen in de toekomst tentoongesteld worden in het Western Australian Museum.