Reizigers en personeel van De Lijn kunnen zich de komende maanden aan stevige hinder verwachten. De vakbonden hebben een stakingsaanzegging ingediend voor in totaal negen actiedagen in maart en april, verspreid over heel Vlaanderen. De acties vormen een direct protest tegen de extra besparingen die de Vlaamse regering onlangs bij de openbaarvervoermaatschappij heeft aangekondigd.
‘Contractbreuk’ door Vlaamse regering
De aanleiding voor het protest is het nieuws dat de bonden eind januari te horen kregen. Bovenop de reeds geplande besparing van 30 miljoen euro op het aanbod van De Lijn in 2026, komt nog eens een extra besparing van 5,5 miljoen euro. De vakbonden spreken resoluut van een "contractbreuk" door Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA). Met de stakingen willen de bonden de overheid dwingen zich aan de gemaakte afspraken te houden en een kwalitatieve openbare dienstverlening te garanderen.
Zware impact op chauffeurs en platteland
Volgens de bonden voelen zowel het personeel als de reizigers zich in de steek gelaten. De extra bezuinigingen zullen naar verwachting het hardst toeslaan in de rurale gebieden, waar de dienstverlening vaak al beperkt is. Daarnaast waarschuwen de vakbonden voor de gevolgen voor het personeel: de besparingen dreigen de werk-privébalans van de chauffeurs – een beroep dat vandaag de dag al zwaar onder druk staat – verder te ontwrichten.
Het actieschema
Stan Reusen, federaal secretaris bij de socialistische vakbond ACOD, legt uit dat de acties – die ook door het ACV worden ondersteund – gespreid worden over twee weken:
Eerste actieweek (16 t/m 20 maart): Er wordt elke dag in een andere provincie gestaakt. De spits wordt op maandag afgebeten in West-Vlaanderen, gevolgd door Antwerpen, Vlaams-Brabant (op woensdag 18 maart), Limburg en Oost-Vlaanderen.
Pauze tijdens paasexamens: In de week van 23 maart wordt er bewust niet gestaakt. Zo wil men vermijden dat middelbare scholieren de dupe worden tijdens hun paasexamens.
Tweede actieweek (7 t/m 10 april): De acties hervatten op maandag 7 april in Vlaams-Brabant, wat hoogstwaarschijnlijk ook impact zal hebben op de verbindingen met Brussel. Achtereenvolgens wordt er daarna gestaakt in Limburg en Antwerpen. Op donderdag 10 april is er een gezamenlijke actiedag in zowel Oost- als West-Vlaanderen.
Ook regionaal verzet groeit
Naast de vakbonden komt er ook steeds meer weerstand vanuit de lokale besturen. Zo gaf de vervoerregioraad Kempen – die 28 gemeenten vertegenwoordigt – in een bijzondere zitting unaniem een negatief advies over de plannen. Voor hun regio betekent dit een verlies van 1,8 miljoen euro (11 procent van de middelen). Zij vrezen dat het plan de vervoersarmoede vergroot.
Ook 15 steden en gemeenten in de Vlaamse Ardennen verzetten zich hevig. Deze regio wordt relatief gezien het zwaarst getroffen van heel Vlaanderen: een besparing van ruim 3 miljoen euro op een totaalbudget van 19,4 miljoen euro. Dit komt neer op een besparing van 13 euro per inwoner, wat bijna drie keer zoveel is als het Vlaamse gemiddelde van ongeveer 5 euro.










